Wie draagkracht zegt, zegt ook draaglast. Er wordt snel gezegd dat de inclusie zover mag gaan als de vrijwilligers kunnen en willen, maar niet verder. Hun draagkracht is daarbij de grens. Omdat het jeugdwerk werkt met vrijwilligers die zich vanuit hun eigen motivatie inzetten, kan een organisatie dit soort inspanningen niet opleggen.
Stel je deze situatie voor: een particuliere speelpleinwerking krijgt de vraag van een mama of haar zoontje naar het speelplein mag komen. Het zoontje heeft een lichamelijke en mentale beperking. Hij kan niet echt spreken en heeft op geregelde tijdstippen een sanitaire stop en medicatie nodig. Iedereen zal begrip opbrengen voor vrijwilligers die, na een week proberen, vaststellen dat dit te zwaar is om als ploeg te dragen, dat de kwaliteit van de gehele werking eronder lijdt en dat de jongeren het niet zien zitten om dit soort zorg te bieden in hun vrijwillig engagement.
Als VDS gaan we graag samen met jullie op zoek naar wat nog wél mogelijk is. Wat vandaag niet lukt, lukt misschien wel morgen of volgende week. We verkennen de grenzen van de draagkracht: Welke specifieke zorgen vallen binnen én buiten de draagkracht van jonge vrijwilligers? Wanneer is het limiet bereikt? Wanneer is een kind wel of niet meer welkom? Welke stappen kunnen we concreet zetten? Met wie? Welke implicaties brengt het met zich mee om dit specifieke kind wel in te sluiten?
Op volgende pagina vind je meer informatie over wetgeving rond het toedienen van medicatie bij kinderen met een specifieke ondersteuningsnood: