Grensoverschrijdend gedrag

Een papa die belt met een klacht over kinderen die zijn dochter pesten, een Whatsapp-groep met bewerkte foto’s van een animator, een kind met blauwe plekken, twee meisjes die beginnen vechten op het speelplein, een animator die een oogje heeft op een van de tieners… Het zijn allemaal grensoverschrijdende situaties waar elke speelpleinwerking mee in contact kan komen.

De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk gelooft sterk dat intens spelen voor veel kinderen een verademing kan zijn. Het speelplein is een plek waar kinderen, maar ook animatoren, kunnen experimenteren in een veilige omgeving. Een plek waar ze grenzen leren stellen en omgaan met de grenzen van anderen. Maar wat als die grenzen overschreden worden? Met andere woorden: wat als de integriteit van een kind of animator geschonden wordt?

Wat is grensoverschrijdend gedrag?

Grensoverschrijdend gedrag (GOG) is gedrag waarbij iemand grenzen, regels of waarden overschrijdt – of daarmee dreigt – met materiële, lichamelijke of psychische schade voor anderen of zichzelf tot gevolg. De persoon is zich niet per se bewust van de gevolgen en effecten van zijn gedrag.

Het is daarom van groot belang om een bewustwording rond integriteit te creëren. Ex-kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen omschreef integriteit als volgt: “Integriteit gaat om het leren grenzen stellen én om het leren omgaan met grenzen, bepaald door anderen en door maatschappelijke normen en waarden.” 

Er zijn verschillende soorten GOG: verbaal, psychisch, fysiek, materieel, seksueel, t.a.v. zichzelf… Niet elke vorm van GOG is strafbaar maar dat betekent niet dat het toelaatbaar is. “Wat voor de één toelaatbaar is, gaat voor de ander over de persoonlijke grens. Subjectieve elementen spelen dus een rol.” Dit argument wordt soms aangehaald om GOG niet aan te pakken of in een grijze zone te houden. Bepaalde situaties worden voor iedereen als grensoverschrijdend beschouwd. Zo bijvoorbeeld: seksueel GOG, pesten, discriminatie, sexting, fysiek of mentaal geweld, stalking, fysieke of mentale bedreigingen, kindermishandeling…

Grensoverschrijdend gedrag (GOG) is een fenomeen dat in alle sectoren voorkomt waar een gezags- of machtsrelatie speelt. Helaas dus ook in het speelpleinwerk. Er bestaan geen oplossingen die GOG altijd en overal kunnen vermijden, noch op het speelplein, noch in andere sectoren. Elk speelplein doet er wel goed aan om een hierover een beleid te voeren en het thema bespreekbaar te houden. Op deze pagina vind je handvaten om je speelplein hierin te ondersteunen. 

 

Wanneer bepaald gedrag de grens van een ander overschrijdt, dan wordt ingrijpen belangrijk.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Om situaties van (mogelijks) seksueel GOG gedrag beter te kunnen beoordelen, is het belangrijk goed te weten wat onder dit begrip valt. Wij hanteren de definitie van Sensoa: Elke vorm van seksueel gedrag van of ten aanzien van een kind in verbale, non-verbale of fysieke zin, al dan niet opzettelijk, waarbij het seksueel gedrag niet voldoet aan een of meerdere van de zes criteria uit het vlaggensysteem van Sensoa:

  1. Wederzijdse toestemming: Gaan alle betrokkenen akkoord en voelen zij zich er prettig bij?
  2. Vrijwilligheid: Is er geen sprake van beloning, manipulatie, druk of dwang?
  3. Gelijkwaardigheid: Zijn de betrokkenen gelijkwaardig op het vlak van leeftijd, intelligentie, macht en maturiteit?
  4. Ontwikkeling: Is het gedrag typisch en aanvaardbaar voor de ontwikkelingsfase?
  5. Context: Houdt het gedrag rekening met de omgeving en stoort het niemand?
  6. Zelfrespect: Veroorzaakt het gedrag geen fysieke, emotionele of psychische schade bij de persoon zelf?

Aan de hand van deze 6 criteria kan je seksueel gedrag indelen in 4 categorieën, aangeduid met verschillende kleuren vlaggen.

  • Groene vlag: aanvaardbare seksuele situatie.
  • Gele vlag: licht grensoverschrijdende seksuele situatie.
  • Rode vlag: ernstig grensoverschrijdende seksuele situatie.
  • Zwarte vlag: zwaar grensoverschrijdende seksuele situatie.

Het Vlaggensysteem helpt je om tot een goed overwogen reactie te komen na het toepassen van 6 criteria op een concrete situatie. Dat geeft tegenwicht tegen emotioneel of paniekerig reageren, of tegen onverschilligheid.

 

Preventie van GOG

6 vuistregels op het speelplein

Een goed doordachte visie en een bewust beleid is essentieel vooraleer men start met het uitdenken van concrete acties voor preventie of aanpak. Een beleid over GOG vertrekt vanuit de visie van de organisatie.

Met de VDS stellen we zes vuistregels voorop, die allen gebaseerd zijn op vertrouwen in de jongeren. Op speelpleinen komen dagelijks veel kinderen langs en zijn er vele jongeren actief. Het kan niet de bedoeling zijn om een heksenjacht te starten of een schrikbewind te voeren. Een goed beleid vertrekt vanuit vertrouwen.


Preventieve maatregelen

Zoals gezegd, is het helaas niet mogelijk om alle gevallen van GOG te vermijden maar dat mag geen excuus zijn om niets te doen. Preventieve maatregelen hebben wel degelijk effect. We denken hierbij aan:

  • Het aanduiden van vertrouwenspersonen: een ervaren animator, een hoofdanimator of speelpleinverantwoordelijke. Het kan hierbij interessant zijn om zowel een man als vrouw als vertrouwenspersoon te hebben.
  • Het thema bespreekbaar maken en levendig houden bij kinderen en animatoren.
  • Visualiseren van de nultolerantie tegen GOG.
  • Vlaggensysteem van Sensoa communiceren.
  • Alert zijn voor signalen en risicofactoren bij kinderen en animatoren.
  • Aandacht besteden in en buiten activiteiten om kinderen te leren kennen.
  • Contact onderhouden met gespecialiseerde organisaties (contactgegevens up to date houden, preventieve acties samen uitwerken…)

Aanspreekpunt Integriteit (API)

Vanaf 2018 heeft elke jeugdorganisatie een Aanspreekpunt Integriteit (API), zo ook de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS). De Vlaamse overheid vraagt immers aan alle organisaties die met kinderen en jongeren werken, om zo'n aanspreekpunt aan te duiden naar aanleiding van het Vlaams Actieplan Integriteit

Bij wie binnen de VDS kan je terecht?

Yana en Simon zijn binnen de VDS een Aanspreekpersoon Integriteit (API). Je kan hen contacteren als er sprake is van een integriteitsschending. Dat is elke vorm van lichamelijk, seksueel, moreel of psychisch gedrag waarvan jij vindt dat het over jouw grens gaat of over de grens van iemand anders. Heb je een vraag, opmerking, klacht of andere boodschap in verband met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en lichamelijke en (seksuele) integriteit binnen de VDS of het speelpleinwerk kan je rechtstreeks bij Yana en Simon terecht. Zij luisteren naar jouw vraag of verhaal en verwijzen door wanneer nodig of verlenen advies bij de mogelijke vervolgstappen. Je kan hen bereiken via  (0498 47 62 65) en  (0485 10 89 72).

Gezien de VDS veel belang hecht aan lokaal werken, is de vertrouwensband tussen de speelpleinen en onze lokale speelpleinondersteuners vaak veel groter. Het is dan ook logisch dat zij in de praktijk het eerste aanspreekpunt zullen zijn en in samenspraak met Yana en Simon het nodige doen. 

Wat crisiscommunicatie betreft kan je ons elke vakantie bereiken op het noodnummer.

Signaal!

Het is belangrijk om attent te zijn voor de combinatie van een aantal signalen, de frequentie of de graad van ernst van de verschillende signalen. Deze signalen kunnen leiden tot een vermoeden en verdere opvolging van de situatie.



Tot hier en niet verder!

In maart 2019 stond ons magazine Pit. in het teken van integriteit: over signalen, basisregels, een bewijs van goed gedrag en zeden, discretie- en meldingsplicht en een poster waarmee je een reactieplan kan opstellen voor jouw speelplein. Als koepel willen samen met de speelpleinen werken aan een open speelpleincultuur waar kinderen zich thuis voelen en waar animatoren makkelijk aanspreekbaar zijn. 


bewijs van goed gedrag en zeden

Animatoren verplichten om een bewijs van goed gedrag en zeden (of uittreksel uit het strafregister) te laten voorleggen is voor de VDS duidelijk geen goede maatregel. Integendeel, het geeft een vals gevoel van veiligheid.

Waarom?

  • Als er nog geen veroordeling is, is er niks zichtbaar op het uittreksel.
  • Voor minderjarigen (een groot deel van de animatoren is minderjarig) komt dat niet automatisch op het ‘bewijs’.
  • Als er geen correctionele rechtbank is tussengekomen, verdwijnen genoteerde feiten na 3 jaar van het strafblad.
  • Zelfs wanneer er wel een veroordeling is, komt dit pas na geruime tijd (kan in sommige gevallen enkele jaren duren) op het uittreksel.
  • Als iemand nooit ‘gepakt’ werd voor bepaalde feiten, dan blijft het uittreksel ook blanco.
  • Belangrijker nog: ook inhoudelijk is de VDS geen voorstander om te streven naar dergelijke formele attesten of garanties. Het werpt een extra drempel op om vrijwilliger te worden en staat haaks op het principe van vertrouwen in jongeren.

Organisaties zoals de VVJ, het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk en Sensoa onderschrijven deze aanpak eveneens en raden net als wij aan meer in te zetten op sensibilisering én op risicoanalyse om ongepast gedrag te voorkomen. De VDS pleit dan ook voor andere maatregelen ter preventie.

Op maat van speelpleinwerk

Het spel (N)iets mis mee helpt je op basis van 6 criteria inschatten of gedrag (on)gepast is. Het materiaal is gebaseerd op het Sensoa Vlaggensysteem en bestaat uit concrete situaties, een wegwijzer bij een kwaliteits-, preventie- en reactiebeleid over seksualiteit, basisinformatie over ondersteunende instanties en een actieplan over omgaan met een vermoeden, melding of onthulling van grensoverschrijdend gedrag of seksueel misbruik.

Je kan het spel bij de VDS ontlenen. Neem contact op met je lokaal ondersteuner om meer info te krijgen.

 

WIEWOE WIEWOE... DAAR IS DE NOODBOX

De Noodbox grensoverschrijdend gedrag is een handig invulbare PDF waarmee je op voorhand nadenkt over mogelijke crisissen op het speelplein, aangepast aan jouw specifieke situatie en aangevuld met tips, telnrs... Enkel voor leden beschikbaar.


Een passende aanpak voor ongepast gedrag

Één aanpak die voor iedereen en voor elke situatie geldt, is er natuurlijk niet. Elk kind en elke animator vergt een specifieke aanpak. Maar ook verschilt de aanpak naargelang de situatie acuut, chronisch of eenmalig, bewezen of niet, gezien of gemeld is... 

aanpak t.a.v. het slachtoffer

  • Bepaal vooraf wie aanwezig zal zijn op het gesprek.
  • Beloof nooit dat je het niet verder zal vertellen.
  • Laat het kind zijn/haar verhaal doen en laat het kind merken dat je zijn/haar verhaal serieus neemt.
  • Stimuleer het kind om dit in de eerste plaats zelf aan de ouders te melden (ga indien nodig mee of vraag de ouders naar het speelplein). In sommige kan het noodzakelijk zijn dat je dit toch zelf aan de ouders meldt.
  • Overleg (intern en/of extern) of dit aan officiële instanties gemeld moet worden. 

aanpak t.a.v. de dader

  • Bepaal vooraf wie aanwezig zal zijn op het gesprek.
  • Laat de persoon zijn/haar verhaal doen, luister en noteer.
  • Meld de persoon wat de volgende stappen zijn die je zal ondernemen. (overleg, melding aan ouders, politie, persoon schorsen…)
  • Overleg (intern en/of extern) of dit aan officiële instanties gemeld moet worden.
  • Bekijk samen met de persoon welke hulp hem/haar kan geboden worden. 

aanpak t.a.v. de werking

  • Hou dit discreet. Niet iedereen hoeft op de hoogte te zijn.
  • Schrijf alle stappen op die je in deze situatie zet.
  • Geef iedereen (kinderen en/of animatoren) die de nood voelt de tijd en ruimte om zijn/haar verhaal te doen.
  • Indien nodig, stuur de werking bij.
  • Indien dit zich toch (dreigt te) verspreid(en), zorg voor een snelle en duidelijke communicatie. Dit zowel intern naar de ploeg als extern. 
  • De lokale ondersteuners van de VDS ondersteunen waar nodig.  

Mogen we nog 'verkrachtertje' spelen?

 

De kuskesdans doen met kleuters, vleeshoop met de tieners of ‘verkrachtertje’ met de animatoren… mag dat nog?  Bij de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk stellen we speelplezier voorop, ook in deze discussie. Het kan niet de bedoeling zijn dat deze spelletjes niet meer gespeeld mogen worden. Ze brachten duizenden kinderen al vele uren speelplezier.

Het belangrijkste is dat de spelen zowel emotioneel als fysiek veilig zijn voor de kinderen. Het gaat om onschuldige spelletjes en we moeten het taalgebruik bij sommige spelletjes niet dramatiseren. Een taalgebruik als ‘verkrachtertje’ past echter niet binnen de omgangsvorm tussen kinderen en animatoren of animatoren onderling, ook al was het ooit grappig bedoeld. We willen speelpleinanimatoren dan ook aanmoedigen om de spelletjes te blijven spelen, maar een fijngevoeligere naam te kiezen.'

Gebruik je gezond verstand en maak het thema bespreekbaar.

 


Vermoeden van GOG buiten het speelplein

Het gebeurt soms dat kinderen zaken vertellen tegen animatoren die gebeuren in de thuissituatie. Daar heb je als speelpleinwerking geen vat op.

Indien er zorgwekkende signalen zijn, ga in gesprek met het kind om je vermoeden meer te staven. Indien er voldoende signalen zijn, schakel dan de gespecialiseerde organisaties in. Zij zullen je raad geven over de volgende stappen.

Partners met expertise

What's in a name?

Ben je als animator verplicht om actie te ondernemen als je een vermoeden hebt van kindermishandeling? Mag je vertrouwelijke informatie door spelen naar anderen, ook als je weet dat de persoon in kwestie je in vertrouwen genomen heeft?

Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen beroepsgeheim, discretie- en meldingsplicht. 

Discretieplicht

Als jeugdwerker heb je geen beroepsgeheim, maar wel discretieplicht. Dit wil zeggen dat je de vertrouwelijke informatie niet moedwillig misbruikt of doorgeeft aan derden. Geef enkel de noodzakelijke informatie door aan de verantwoordelijke of de betrokkenen. Wie de discretieplicht schendt, kan in het uiterste geval strafrechtelijk veroordeeld worden.

 

Meldingsplicht

Dit is een plicht van elke burger. Als blijkt dat je vermoeden groot genoeg is om aan te nemen dat een kind of jongere onrecht wordt aangedaan of in nood verkeerd, heb je als burger de plicht om dit door te geven. Als je getuige bent van een misdrijf, moet je dat melden. Als je dat niet doet, pleeg je schuldig verzuim. Je hoeft niet meteen de politie op te bellen, maar je moet wel kunnen aantonen dat je er alles aan gedaan hebt om de persoon in nood te helpen, door zélf hulp te bieden of door de hulp van anderen in te schakelen.


Kattenkwaad ≠ grensover-schrijdend gedrag

Verwar storend gedrag en kattenkwaad niet steeds met grensoverschrijdend gedrag. Kinderen halen wel eens dingen uit. Kattenkwaad hoort erbij! Grijp in wanneer gedrag de grens van een ander overschrijdt.

Wist je dat...

  • ... je op www.speelplein.net/toegankelijkheid een deontologische code voor het jeugdwerk vindt, die je helpt beslissen of je al dan niet gevoelige informatie deelt.

  • .... elke speelpleinwerking wettelijk verplicht is (bv. via de informatienota of vrijwilligersovereenkomst) haar animatoren in te lichten over de meldings- en discretieplicht. Zo weet elke animator wat van hen verwacht wordt. Hier kan je alvast ter inspiratie de informatienota van de VDS voor zijn vrijwilligers bekijken.