De resultaten van de vijfjaarlijkse enquête door de ogen van collega's.

Sinds 1985 schotelt de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) om de vijf jaar alle speelpleinen in Vlaanderen en Brussel een uitgebreide vragenlijst voor. Deze laat ons toe om het speelpleinwerk in kaart te brengen en om evoluties in het speelpleingebeuren op te sporen. Het is een bron van informatie die we gebruiken om ons beleid, aanbod en dienstverlening af te stemmen op de noden van het werkveld. Met een jaar uitstel, omwille van corona, hielden we opnieuw een bevraging eind 2021. De resultaten, een rapport van 115 pagina's lang, zijn er. In de komende weken vragen we verschillende collega's vanuit hun functie om naar de enquête te kijken en vanuit hun expertise een eigen interpretatie, visie en/of aanbevelingen neer te schrijven.   

 

Onze staffers kregen enkele vragen voorgeschoteld om hen richting te geven in hun kijk op de resultaten. 

  • Vanuit mijn functie vond ik het heel fijn om te lezen dat... 
  • Deze conclusie/deze cijfers verraste mij op een positieve manier.
  • Als ik één (hoofd)thema moet kiezen waar we met de VDS volgende jaren op moeten inzetten is het wel...
  • Tegen de volgende enquete hoop ik dat volgende cijfers anders zijn.
  • Met volgende conclusie/cijfer ga ik zelf aan de slag.

De resultaten met het oog op speelinitiatieven

Wauter Temmerman, Medewerker Speelinitiatieven en Lokaal Ondersteuner Brussel

Hallo iedereen, ik ben Wauter, beter gekend als Wautier of Le Woetz ;)
In VDS termen ben ik eigenlijk al een beetje een dinosaurus. Sinds 2012 mag ik mezelf de lokaal ondersteuner van Brussel noemen. Maar een viertal jaar daarvoor begon ik al als vrijwilliger bij de VDS, uiteraard bij regio Brussel. 

Mijn liefde voor het speelpleinwerk ontstond door als animator aan de slag te gaan in Ganshoren, op speelplein Girabella. Op het einde van mijn carriere was ik daar zelf voorzitter van de stuurgroep. En omdat ik niet al te graag stilzit was ik ook nog eens voorzitter van de pleinraad. Dat was een soort vergadering van alle stuurgroepvoorzitters van de VGC-speelpleinen destijds. 

Ik maakte aan het begin van dit jaar de keuze om mijn Brussels engagement wat los te laten en door te geven aan mijn nieuwe collega Hanlin. Ik volg Brussel nu nog halftijds op en ga halftijds aan de slag met onze nieuwe doelgroep: Speelinitiatieven. Ik ga de komende jaren aan de slag om te onderzoeken hoe wij hen het beste kunnen bijstaan.  


Speelinitiatieven

We maakten met de VDS de beslissing om, door de veranderingen in onze primaire doelgroep, ons ook te focussen op andere vormen van speelinitiatieven. Onze dienstverlening richt zich op lokale initiatieven die spelen centraal zetten, werken met jongeren en die hoofdzakelijk in de vakantie werking hebben. Ook hier vertrekt onze dienstverlening steeds vanuit onze sterke visie op spelen en geloof in de jeugdwerkmethodiek

 

Een -speelplein-enquête voor speelinitiatieven??!!

Voor de allereerste keer stelden we vragen over speelinitiatieven. Keep in mind dat de vragenlijsten werden gestuurd naar speelpleinondersteuners. Zij zijn daarom niet altijd de organisator van andere speelinitatieven. 70% van de organisatoren geeft aan dat er in de gemeente nog andere initiatieven zijn die spelen centraal stellen, met jongeren werken en vooral in de vakanties actief zijn. Het gaat dan om een grote verscheidenheid aan initiatieven: het vaakst georganiseerd en uitgevoerd door het lokaal bestuur, al dan niet in samenwerking met andere partners. 

Het speelpleinwerk is een sector die enorm divers is, waarbinnen de ene werking een compleet ander profiel heeft dan de volgende werking. Doorheen de jaren zijn we er steeds beter in geworden om die speelpleinen te ondersteunen in al hun diversiteit.

Nét buiten die sector van het speelpleinwerk bestaan er een heleboel initiatieven die in meer of mindere mate op speelpleinen lijken. Ze hebben er kenmerken van, maar zijn tegelijk ook helemaal anders.

Vanuit het sterke geloof dat we met het speelpleinwerk enorm veel expertise hebben opgebouwd. Vanuit de overtuiging dat elk kind een spetterende vakantie verdient. Vanuit de kracht van de VDS als koepelorganisatie die in staat is om met de diversiteit binnen het speelpleinwerk om te gaan.

Daaruit geloof ik dat we erin zullen slagen om die andere initiatieven mee in bad te trekken. En dat het hier goed is in dat bad, dat weet het speelpleinwerk al, nu de rest nog. 

 

Nood aan samenwerking

Bij de vraag over waar het speelpleinwerk naartoe wil in de toekomst zien we op de 5e plaats staan dat er nood is aan afstemming tussen speelinitiatieven binnen gemeenten. Als we kritisch kijken naar de thema’s waar we met de VDS al op inzetten, dan lijkt dat dit thema er toch wel wat van tussen valt, ook al is 68% van de werkingen het eens met de stelling dat we hierop moeten inzetten.

68% van de bevraagde werkingen geeft aan dat ze het belangrijk vinden dat het speelpleinwerk en andere vakantie-initiatieven op elkaar afgestemd worden. Het staat op de 5e plek in de thema’s die speelpleinwerkingen naar voren schuiven als belangrijk.

De andere thema’s die als belangrijk aanzien worden, daar zetten we met de VDS al jaren hard op in: Het profiel van de werking, avontuurlijkheid, doelgroepen, naambekendheid van de sector… Het zijn zaken waar we mee vertrouwd zijn waar het speelpleinwerk al jaren mee aan de slag gaat.

Voor dat afstemmen kunnen we kijken naar het nieuwe BOA-decreet. Toch lijkt het belangrijk om verder te gaan. Speelpleinwerk is geen opvang, andere speelinitiatieven zijn dat ook niet. Het verenigen van speelinitiatieven rond ‘opvang’ lijkt me niet de weg te zijn die bewandeld moet worden.

De komende jaren zal ik ijveren voor minder LOPK en meer LOPS: Lokale overlegplatformen voor speelinitiatieven. Het speelpleinwerk, als gevestigde waarde binnen die sector kan een initiator en spilfiguur zijn in lokale samenwerkingsverbanden en zo werken aan meer en beter spelen.                                                             


Speelpleinwerk

Betaalbaarheid blijft belangrijk

De deelnameprijs ging globaal genomen niet erg de hoogte in. Speelpleinwerk blijft een speelinitiatief waar kinderen voor zeer weinig geld de tijd van hun leven kunnen beleven. Tegelijk zien we dat speelpleinen er vaker dan vroeger voor kiezen om weekprijzen te hanteren. De prijs per dag blijft dan wel gelijk, kinderen die dan één of meerdere dagen per week niet naar het speelplein komen zien de dagprijs stijgen.

Het blijft de ambitie van de sector om die prijs dan ook zo laag mogelijk te houden. En die ambitie wordt in de cijfers grotendeels waargemaakt. 

 


Vakantie = keuzevrijheid

Vakantie betekent kunnen kiezen uit coole dingen, zaken waar je de kriebels van in je buik krijgt! Kiezen tussen zaken die je thuis misschien niet mag doen.

Toch zien we dat 46% van de speelpleinwerkingen ervoor kiest om een strikt geleid aanbod te voorzien: Kinderen hebben geen andere keuze dan meespelen met de activiteit van de animatoren. Los van hun eigen interesse en goesting. 

Hoewel ik er in geloof dat er plek moet zijn op speelpleinen om met een hele groep aan de slag te gaan, geloof ik er ook sterk in dat voor een heleboel kinderen meer keuze ervoor zal zorgen dat ze meer en beter spelen op het speelplein. 


Meer dan elders is het speelpleinwerk een plek waar je verklede animatoren kan aantreffen die samen met kinderen verhalen maken

Fantasie maakt dromen waar

Het spelen op speelpleinen kenmerkt zich over het algemeen door stevig in te zetten op fantasie-elementen. Meer dan elders is het speelpleinwerk een plek waar je verklede animatoren kan aantreffen die samen met kinderen verhalen maken. Over de jaren heen zien we die cijfers zelfs stijgen, fantasie en animatie nemen een meer belangrijke plaats in dan 6 jaar geleden.

  • 87% van de speelpleinwerkingen werkt met een thema of kleed activiteiten in
  • 82% van de speelpleinen geeft aan dat de spelvorm ‘Animatie’ regelmatig tot elke dag voorkomt op het speelplein
  • 66% van de speelpleinen zegt hetzelfde over ‘Fantasiespel’

 

Tegelijk zien we dat amper 28% van de speelpleinen aangeeft veel fantasiemateriaal op het speelplein te hebben, en 57% geeft aan over beperkte hoeveelheden fantasiemateriaal te beschikken. Ook geven meer werkingen aan dat ze helemaal geen fantasiemateriaal hebben.

In de dagelijkse praktijk is dat iets wat ik ook kan vaststellen: Animatoren hebben zin om zich te verkleden, om decors te maken. Het materiaal ervoor is dan niet altijd voor handen.

De VDS moet er niet enkel op inzetten dat animatoren daar zin in hebben (met succes, zo blijkt), maar er ook voor zorgen dat speelpleinwerkingen het nodige materiaal voorzien zodat ze dat ook kunnen. 


Animatoren hebben zin om zich te verkleden, om decors te maken. Het materiaal ervoor is dan niet altijd voor handen.

Download het rapport met alle resultaten



Jo Van den Bossche werkt al 35 jaar bij de VDS en is algemeen directeur. Sasja Rooman heeft al 10 jaar als VDS-vrijwilliger achter de kiezen en sinds januari kersvers voorzitter van de VDS. Ook zij lieten hun deskundig oog vallen op de resultaten. Het dubbelinterview kan je lezen in ons laatste magazine Pit.  


Ayna en Stephanie nemen volgende keer het woord


Ayna en Stephanie zijn twee van onze ploegondersteuners. Met hun unieke kijk op vrijwilligerswerk nemen zij de resultaten onder handen. Meer daar over volgende keer! 


Zij deden hun verhaal al...

Jo, onze directeur

Jo, directeur van de VDS, beet de spits af. Zijn bedenkingen lees je hier


Yana, externe toegankelijkheid

Yana is onze medewerker toegankelijkheid. Zij is de volgende collega die vanuit haar functie door de enquête scrolt en op zoek gaat naar cijfers die verband houden met toegankelijkheid, inclusie, diversiteit... Haar mening lees je hier! 


Simon en Kobe, Lokaal ondersteuners

Simon en Kobe zijn twee van onze Lokaal Ondersteuners. Zij zijn hét aanspreekpunt voor de Antwerpse en Limburgse speelpleinen en staan dus dagdagelijks met hun voetjes in de speelpleinrealiteit. Lees hier hun kijk op de resultaten.