23 jun 2026

Resultaten van de 5-jaarlijkse speelpleinenquête gefileerd.

Bert is coördinator dienstverlening binnen de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk. Vanuit zijn bril neemt hij je mee in de resultaten van de speelpleinenquête. Feiten en inzichten worden afgewisseld met kritische bedenkingen en vraagstukken.

Weergave van de realiteit

Elke dag staan we lokale speelpleinwerkingen bij in het realiseren van meer en betere speelkansen voor alle kinderen en groeikansen voor jongeren, al 50 jaar. Onze lokaal ondersteuners zijn vaker ter plaatse dan op kantoor. En ook deze zomer zullen we zo'n 380 lokale werkingen in volle vakantietijd een bezoekje brengen omdat we het belangrijk vinden om te weten wat er leeft en speelt

Eén maal om de 5 jaar is de vijfjaarlijkse speelpleinenquête een objectief klankbord om af te toetsen of ons buikgevoel klopt met de realiteit die we elke dag voelen. En ja... opnieuw bevestigt dit rapport veel van onze bevindingen: het zijn uitdagende tijden! 


Uitdagende tijden

Meer kinderen en meer jongeren naar het speelplein

+/- 200.000 verschillende kinderen en bijna 24.000 jongeren vonden in 2025 de weg naar het speelplein. Dat is 1 kind op 4 uit het basisonderwijs. Nooit eerder was het speelplein populairder dan vandaag. Ook het aantal werkingen blijft min of meer stabiel. Slechts 22 gemeenten in Vlaanderen en Brussel organiseren géén speelpleinwerking. Daarmee blijft speelpleinwerk als methodiek wijdt verspreid. Ongelooflijk straf!


Maar de resultaten tonen ook de impact van speelpleinwerk in een veranderende maatschappij. Niet toevallig de titel van ons congres begin 2025 en de inhoud van ons memorandum naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Die realiteit is soms minder fraai. Waar het speelpleinwerk ooit floreerde als een vrijetijdsbesteding pur sang met vrijwillige jongeren als animator vaak particulier ingericht, houden particuliere speelpleinwerkingen bij gebrek aan voldoende schouders vandaag vaker op te bestaan (1). Lokale besturen die blijven investeren en inzetten op speelpleinwerk doen dat vaker vanuit een opvangnood, als het moet met jobstudenten. Speelpleinwerk verandert, de eigenheid van de methodiek wordt verder op de proef gesteld. Datgene waar speelpleinwerk in de kern voor staat: een toegankelijk vrijetijdsaanbod voor en door jongeren piept en kraakt vanwege het veranderd engagement (2) wat op zijn beurt dan weer de uitkomst is van de neoliberale cultuur (3) die onze samenleving alsmaar meer beheerst. Het is geen oordeel, het is een vaststelling en organisatoren zoeken, samen met ons, manieren om er op in te spelen. Ze doen meer dan hun best. Speelpleinwerk blijft overeind, en gelukkig maar. Op sommige plekken zonder kleerscheuren, integendeel. Straffe werkingen, niet toevallig onder de hoede van ervaren verantwoordelijken. Maar links en rechts vallen er slachtoffers, worden stekkers uitgetrokken. Vooral in particuliere hoek waar noch de schouders, noch de middelen zijn om alle uitdagingen te counteren. Vaker binnen gemeentelijke werkingen waar de realiteit die zicht- en voelbaar is voor verantwoordelijken soms haaks staat op beleidskeuzes die gemaakt worden. Alles bougeert.

142 pagina's kort samenvatten is moeilijk, maar ik haal er graag 3 thema's uit die als een rode draad doorheen de resultaten leest.   


Hoeveel lokale besturen die vandaag speelpleinwerk organiseren zouden het morgen nog doen als er geen opvangvraag van ouders was? Speelpleinwerk overleeft anno 2025 bij gratie van de opvangnood.

De opvangfunctie blijft aan belang winnen

In de eerste plaats voor ouders: speelpleinwerk blijft één van de (goedkoopste) manieren om vakanties te overbruggen. Lokale besturen voelen die opvangnood en blijven investeren en inzetten op speelpleinwerk, vaker dan vroeger met jobstudenten om het aanbod te garanderen.  

Op slechts 4 jaar tijd is het aantal 'betaalde' (hoofd)animatoren met 20% gestegen. 50% van alle animatoren staat vandaag als vrijwilliger op het speelplein. In 2021 was dat nog 70%. Bij hoofdanimatoren is dat 1 op 4.  Werkingen met jobstudenten zijn overwegend werkingen georganiseerd of in opdracht van lokale besturen. Voor hen is het uiteraard makkelijker om de nodige middelen vrij te maken dan voor particuliere werkingen.


Toch zien we ook meer en meer lokale besturen die jobstudenten en/of beroepskrachten inzetten ter ondersteuning van lokale, particuliere speelpleinwerkingen. Broodnodig als we het handje vol particuliere speelpleinwerkingen dat nog bestaat willen behouden. De verdeling stedelijk/gemeentelijk versus particulier is momenteel een 65/35-verhouding. Op 45 jaar tijd is de verhouding omgedraaid.  


Speelpleinwerk slaat alsmaar verder door in de opvangfunctie.

  • Speelpleinwerkingen openen op 4 jaar tijd véél meer de deuren in kleinere vakanties: krokus (+12%), pasen (+15%) en herfst (+8%)
  • Speelpleinwerkingen organiseren 17% meer voor- en naopvang dan 4 jaar geleden. 90% doet het en alsmaar vaker met eigen animatoren en minder met externen. Sommige speelpleinen werken met animatoren in shiften. 
  • Op 20 jaar tijd zien we een enorme evolutie: vandaag is 92% van alle werkingen een hele dag open, in 2005 was dat slechts 58%. Werkingen die enkel in de namiddag open zijn worden een zeldzaamheid.

We laten al eens vallen dat speelpleinwerk met plezier een opvangfunctie vervult, maar geen kinderopvang is. Misschien mogen we die naïviteit stilaan opbergen en toegeven dat meer en meer ouders en politici naar speelpleinwerk kijken vanuit opvang en niet langer vanuit jeugdwerk en als waardevol, aanvullend vrijetijdsaanbod. Hoeveel lokale besturen die vandaag speelpleinwerk organiseren zouden het morgen nog doen als er geen opvangvraag van ouders was? Speelpleinwerk overleeft anno 2025 bij gratie van de opvangnood. Als we helemaal meegaan in het opvangidee en daarin jongeren als uitvoerders beschouwen en niet als eigenaar, dan verliezen we een waardevolle vorm van jeugdwerk. Zolang we jongeren vanuit een jeugdwerkfilosofie blijven benaderen en we vanuit een straffe visie op spelen blijven werken aan een gevarieerd speelaanbod waaruit kinderen zelf kunnen kiezen kan speelpleinwerk, speelpleinwerk blijven. Zo niet... is het misschien geen speelpleinwerk meer?   

Daarom zien wij ook heel veel kansen maar evenveel valkuilen binnen het BOA-decreet. Speelpleinwerk is daar een belangrijke partner, maar wordt al te vaak over dezelfde kam geschoren als traditionele vormen van kinderopvang, vanuit die opvangfunctie. En dat is gevaarlijk. Als lokale besturen niet de eigenheid van speelpleinwerk erkennen, dan trekken ze op termijn zélf de stekker uit hun divers aanbod waar BOA voor staat. 


50% van alle animatoren staat als vrijwilliger op het speelplein. Bij hoofdanimatoren is dat 1 op 4. Op slechts 4 jaar tijd is het aantal 'betaalde' (hoofd)animatoren met 20% gestegen.

Tekort (hoofd)animatoren zet veel druk op de kwaliteit

Uit cijfers van de enquête blijkt dat de tekorten aan animatoren onder controle zijn, maar het vinden en behouden van ervaren hoofdanimatoren en vrijwillige bestuurders blijft moeilijk. Het 'onder controle zijn' heeft veel te maken met de aanpassingen die organisatoren na corona aan hun werking hebben aangebracht om tekorten op te vangen. De stevige omschakeling van vrijwilligerswerk naar jobstudenten is daarvan het mooiste voorbeeld, maar ook op andere manieren zijn werkingen zich anders gaan organiseren blijkt uit de enquête: 

 

  • Het aantal werkingen met een maximumcapacitiet stijgt naar 67,7%. Het aantal kinderen dat bovendien wordt toegelaten daalt (van gemiddeld 115 kinderen naar 98). 
  • Er wordt meer gewerkt met (verplicht) vooraf inschrijven om het aantal deelnemers beter te kunnen afstemmen op het aantal animatoren. Op de helft van alle speelpleinwerkingen moet je vandaag niet vooraf inschrijven en kunnen kinderen 'op den bots' deelnemen. 4 jaar geleden was dat nog op 70% van de werkingen het geval.
  • Uit de praktijk weten we ook dat één-op-één begeleidingen en inclusieanimatoren binnen sommige werkingen in vraag worden gesteld of effectief afgebouwd omwille van besparingen en draagkracht.
  • ...

Ondanks het begrip voor deze aanpassingen, kunnen we stellen dat de toegankelijkheid van het speelpleinwerk er op deze manier op achteruit gaat: voor kinderen en jongeren... geen goede zaak. De verschuiving naar meer betaald engagement brengt ook een nieuw spanningsveld met zich mee. Wie kiest om jongeren binnen het jeugdwerk als betaalde kracht in te schakelen, moet beseffen dat hij daarmee het jeugdwerk verder onder druk zet. Daarnaast bestaat het risico bestaat dat jongeren meer als werknemers worden bekeken en behandeld. We moeten bewaken dat elke jongere – vergoed of niet vergoed – de ruimte krijgt om te experimenteren en te groeien binnen de veilige context van het jeugdwerk. Het zijn en blijven dezelfde jongeren. Het is en blijft jeugdwerk. Daar horen begeleiding, coaching, vorming en plezier maken bij. Net nu we vaststellen dat de ondersteuning en coaching van beroepskrachten ten aanzien van jongeren op sommige plaatsen wordt afgebouwd of in vraag gesteld (onbegrijpelijk). Meer onervaren animatorenploegen en de toename van het aantal kwetsbare kinderen en jongeren op de speelpleinwerkingen, moeten net resulteren in méér ondersteuning. 

Maar in de vraag hoe jongeren langer betrokken kunnen houden, moeten we ook zelfkritisch zijn:

  • Er zit nog veel potentieel in het beter begrijpen hoe jongeren zich vandaag willen engageren en hoe we de eigen werking hier verder kunnen op aanpassen. Zijn we bereid om onze manier van werken aan te passen aan de manier waarop jongeren zich vandaag engageren. Valt dat te rijmen met het jeugdwerk dat steeds profsessioneler wordt of geacht wordt te zijn? 
  • We moeten beseffen dat bepaalde beleidskeuzes die we lokaal zelf maken het engagement van jongeren ook stevig impacteren. (bv. het alsmaar verder doorslaan in de opvangfuntie: hele dagen, shiftenwerk..) We moeten er niet van schrikken dat we lang niet altijd voldoende handen en schouders vinden om alles te blijven dragen.

De impact van aanpassingen en beleidskeuzes om het ene probleem op te vangen, creeëren op andere plekken vraagtekens en dreigen de eigenheid van het speelpleinwerk en het jeugdwerk verder uit te hollen. De verschillende uitdagingen zorgen ervoor dat veel werkingen vooral bezig zijn met het draaiende houden van hun werking, met het organiseren an sich, waardoor tijd en energie om bewust te investeren in speelkwaliteit vaak ontbreken.

Het kwantivatieve tekort aan animatoren mag dan grotendeels onder controle zijn, als de oudere, ervaren (hoofd)animatoren vroeger vertrekken of minder engagament opnemen, ontstaat er een tekort aan ervaring op speelkwaliteit en aansturing van jonge instappers anderzijds. 



We houden nog veel te vaak vast aan speelpleinwerk hoe we het zelf hebben ervaren. Inspelen op verandering is loslaten en accepteren dat het morgen anders zal zijn, maar daarom niet minder waardevol of kwalitatief. Gewoon anders.

Speelpleinwerk slachtoffer van haar eigen toegankelijkheid

Speelpleinwerk wordt al jarenlang genoemd en geroemd als de meest toegankelijke vorm van jeugdwerk. Het is een aanbod waar élk kind echt welkom is, zonder al te veel drempels. Speelpleinwerk slaagt erin binnen het jeugdwerk om een divers publiek te bereiken dat een mooie afspiegeling is van de maatschappij. Dat blijkt opnieuw uit de resultaten.  


Stilaan lijkt speelpleinwerk slachtoffer te worden van zijn eigen laagdrempeligheid waarbij de prijs voor veel gezinnen vaak doorslaggevend is. De dagprijs van het speelpleinwerk is nog nooit zo hoog geweest. In vergelijking met andere opvanginitiatieven blijft die deelnamekost weliswaar laag, maar de stijging is een belangrijk signaal. Gemiddeld kost een dagje speelpleinwerk in Vlaanderen €6,88 tegenover €4,76 in 2021. Maar het contrast met ander vakantieaanbod wordt groter en groter. Waar speelpleinwerk vroeger een doorsnede van de samenleving vormde, dreigt het vandaag vooral kinderen én animatoren aan te trekken die elders minder terechtkunnen. 


In sommige steden en gemeenten is speelpleinwerk vandaag al afgegleden van jeugdwerk naar jeugdwelzijnwerk en zien we werkingen met (overwegend) kwetsbare kinderen én animatoren met soms stevige 'rugzakjes'. Het versterkt zichzelf en werkingen zijn niet in staat om het hoofd te bieden aan de extra zorgnoden. Het is een vlek die uitdijnt en nood heeft aan debat en extra ondersteuning in kennis en handen.   

Toegankelijkheid mag geen exclusieve opdracht zijn van het speelpleinwerk. Het is een opdracht en gedeelde verantwoordelijkheid van het volledige vrijetijdsaanbod. Zeker in het licht van het nieuwe BOA-decreet blijft het belangrijk dat lokale besturen hier actief op inzetten. Elk kind verdient immers toegang tot een breed en divers aanbod aan vrijetijdskansen; op het speelplein én daarbuiten. 



Lees de volledige enquête


Op speelplein.net/onderzoek vind je alle rapporten terug van de voorbije jaren, en nu ook dat van 2025. 142 pagina's boeiende lectuur over de staat van de methodiek speelpleinwerk. 

Een belangrijk instrument sinds 1985

Sinds 1985 legt de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) om de vijf jaar een uitgebreide vragenlijst voor aan de verantwoordelijken van alle speelpleinwerkingen in Vlaanderen en Brussel. Dit jaar bestaat deze Vijfjaarlijkse speelpleinenquête 40 jaar en zijn we toe aan de achtste editie. Doorheen de jaren hebben we op deze manier een rijke en unieke bron aan informatie opgebouwd. De resultaten maken het mogelijk om evoluties binnen de jeugdwerkmethodiek ‘speelpleinwerk’ in kaart te brengen en beter te begrijpen hoe het speelpleinlandschap verandert. Voor zowel de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk als voor de lokale werkingen zijn deze cijfers van grote waarde. Voor VDS vormen ze een essentiële basis om beleid, aanbod en dienstverlening als koepelorganisatie af te stemmen op de noden en realiteit van het werkveld. Daarnaast gebruiken we de gegevens uit de enquête om onze standpunten als belangenbehartiger te onderbouwen en kracht bij te zetten. Ook voor lokale speelpleinwerkingen bieden de resultaten een waardevol instrument. Ze laten werkingen toe om hun eigen werking te spiegelen aan het bredere speelpleinlandschap, om beleidskeuzes te toetsen en om nieuwe inzichten op te doen. Dankzij deze enquête krijgen speelpleinwerkingen zicht op hoe andere organisaties werken en welke keuzes zij maken. Samen werken we aan meer en betere speelkansen voor kinderen  en groeikansen voor jongeren! 


Andere interessante cijfers uit de enquête









Jaarwerking:









Kortingstarieven:


Besparingen: