- Het aantal werkingen met een maximumcapacitiet stijgt naar 67,7%. Het aantal kinderen dat bovendien wordt toegelaten daalt (van gemiddeld 115 kinderen naar 98).
- Er wordt meer gewerkt met (verplicht) vooraf inschrijven om het aantal deelnemers beter te kunnen afstemmen op het aantal animatoren. Op de helft van alle speelpleinwerkingen moet je vandaag niet vooraf inschrijven en kunnen kinderen 'op den bots' deelnemen. 4 jaar geleden was dat nog op 70% van de werkingen het geval.
- Uit de praktijk weten we ook dat één-op-één begeleidingen en inclusieanimatoren binnen sommige werkingen in vraag worden gesteld of effectief afgebouwd omwille van besparingen en draagkracht.
- ...
Ondanks het begrip voor deze aanpassingen, kunnen we stellen dat de toegankelijkheid van het speelpleinwerk er op deze manier op achteruit gaat: voor kinderen en jongeren... geen goede zaak. De verschuiving naar meer betaald engagement brengt ook een nieuw spanningsveld met zich mee. Wie kiest om jongeren binnen het jeugdwerk als betaalde kracht in te schakelen, moet beseffen dat hij daarmee het jeugdwerk verder onder druk zet. Daarnaast bestaat het risico bestaat dat jongeren meer als werknemers worden bekeken en behandeld. We moeten bewaken dat elke jongere – vergoed of niet vergoed – de ruimte krijgt om te experimenteren en te groeien binnen de veilige context van het jeugdwerk. Het zijn en blijven dezelfde jongeren. Het is en blijft jeugdwerk. Daar horen begeleiding, coaching, vorming en plezier maken bij. Net nu we vaststellen dat de ondersteuning en coaching van beroepskrachten ten aanzien van jongeren op sommige plaatsen wordt afgebouwd of in vraag gesteld (onbegrijpelijk). Meer onervaren animatorenploegen en de toename van het aantal kwetsbare kinderen en jongeren op de speelpleinwerkingen, moeten net resulteren in méér ondersteuning.
Maar in de vraag hoe jongeren langer betrokken kunnen houden, moeten we ook zelfkritisch zijn:
- Er zit nog veel potentieel in het beter begrijpen hoe jongeren zich vandaag willen engageren en hoe we de eigen werking hier verder kunnen op aanpassen. Zijn we bereid om onze manier van werken aan te passen aan de manier waarop jongeren zich vandaag engageren. Valt dat te rijmen met het jeugdwerk dat steeds profsessioneler wordt of geacht wordt te zijn?
- We moeten beseffen dat bepaalde beleidskeuzes die we lokaal zelf maken het engagement van jongeren ook stevig impacteren. (bv. het alsmaar verder doorslaan in de opvangfuntie: hele dagen, shiftenwerk..) We moeten er niet van schrikken dat we lang niet altijd voldoende handen en schouders vinden om alles te blijven dragen.
De impact van aanpassingen en beleidskeuzes om het ene probleem op te vangen, creeëren op andere plekken vraagtekens en dreigen de eigenheid van het speelpleinwerk en het jeugdwerk verder uit te hollen. De verschillende uitdagingen zorgen ervoor dat veel werkingen vooral bezig zijn met het draaiende houden van hun werking, met het organiseren an sich, waardoor tijd en energie om bewust te investeren in speelkwaliteit vaak ontbreken.
Het kwantivatieve tekort aan animatoren mag dan grotendeels onder controle zijn, als de oudere, ervaren (hoofd)animatoren vroeger vertrekken of minder engagament opnemen, ontstaat er een tekort aan ervaring op speelkwaliteit en aansturing van jonge instappers anderzijds.