Jongeren betrekken bij de werking

"Jongeren voeren het speelaanbod uit en worden betrokken."
Het is één van de 5 kenmerken die vervult moet zijn om te voldoen aan de basisdefinitie van speelpleinwerk. Ondanks de toenemende professionalisering blijft speelpleinwerk in de eerste plaats jeugdwerk. Het merendeel van de begeleidersploeg zijn jongeren. Die bereiden het speelaanbod voor en mogen hun mening geven over de werking. 

Een sterke speelpleinwerking staat of valt met een sterke ploeg speelpleinbegeleiders. De kwaliteit van de speelpleinwerking is rechtstreeks afhankelijk van het enthousiasme en de dynamiek waarmee de speelpleinbegeleiders met kinderen spelen. 

Om haar speelfunctie optimaal te kunnen realiseren ziet een speelpleinwerking de uitbouw van haar begeleidersploeg als doel op zich. Een goed speelpleinbestuur investeert veel tijd en energie in het stimuleren van de betrokkenheid, de verbondenheid en de participatie van haar begeleidersploeg. Ze creëert vanuit een ‘jeugdwerkfilosofie’ een omgeving waarbinnen jongeren kunnen groeien in de ploeg en in hun vaardigheden, kansen krijgen om zichzelf te ontdekken en volwaardig participeren in de uitbouw van de werking.

Je kan jongeren op verschillende manieren betrekken: met een stuurgroep, werkgroepen, evaluaties na de vakantie. Het gaat om kansen bieden aan jongeren, met aandacht voor het proces en voor coaching. Sta stil bij je eigen houding als ploegbaas: groei van trekker naar ondersteuner en laat ruimte voor initiatieven van de ploeg zelf.


Participatie zorgt voor een betere gedragenheid, leidt tot betere ideeën en maakt dat animatoren langer blijven.

Een ‘gunstig klimaat’ voor participatie!

4 factoren vormen de basis

Hoe gunstiger de omstandigheden, of het ‘klimaat’, hoe groter de kans op participatie. Dit schema verduidelijkt welke factoren zorgen voor een gunstige klimaat:

  • Welbevinden: Een zekere mate van welbevinden is een algemene en absolute voorwaarde. Als je je niet goed voelt op het speelplein, door bijvoorbeeld een slechte relatie met de andere animatoren, grote verschillen in visie of een grote persoonlijke druk door de combinatie met andere engagementen, dan zal écht participeren uitblijven. 

  • Uitdaging: Er moet een zekere uitdaging bestaan, een zekere nood aan verandering, die uitnodigt om te gaan participeren. Het gaat daarbij niet noodzakelijk om een uitdaging voor het speelplein: Het moet ook iets zijn waar de animator zelf zijn schouders onder wil zetten.

  • Capaciteiten: De capaciteiten van een persoon t.o.v. de uitdaging zorgen al dan niet voor een positief klimaat. Beschikt iemand over de nodige capaciteiten (studie, hobby, interesses, vaardigheden) om aan een bepaalde opdracht deel te nemen, zal de kans op participatie groter worden. Dit is niet enkel een individueel verhaal: 'capaciteiten' slaat ook op mogelijkheid om effectief iets te veranderenop het speelplein.
  • Verbondenheid: Je thuis voelen, je kunnen identificeren met de organisatie, vrienden hebben binnen de club zijn kenmerken van verbondenheid. Hoe groter de verbondenheid, hoe groter de kans dat iemand gaat participeren. Dat geldt zowel voor verbondenheid met de groep als verbondenheid met de werking.
Jans, M. & De Backer, K. (2001). Jeugd(werk) en maatschappelijke participatie. Elementen voor een praktijktheorie. JEP (Brussel).

Werken aan een klimaat

Echt participeren is pas mogelijk als en een balans bestaat tussen de drie punten van de driehoek.

Wil je werken aan het klimaat? Zoek dan uit hoe het op jouw speelplein en bij jouw animatorenploeg gesteld is met deze elementen.

  • Uitdaging: Ga op zoek naar iets dat de ploeg zélf wil veranderen, droom samen met de ploeg van een beter speelplein, zoek naar uitdagingen voor het speelplein
  • Capaciteit: Versterk de competenties van animatoren, ga op zoek naar wat ze goed kunnen, zorg ervoor dat er ruimte is om écht beslissingen te kunnen nemen
  • Verbondenheid: Werk aan de sfeer binnen de groep, communiceer de visie van jullie speelplein, zorg dat iedereen zich goed voelt op het speelplein

Meer inspiratie nodig? Bekijk dan zeker eens de beterspelen-pagina 'behouden van animatoren' of vraag een advies ter plaatse aan.


Stem de agenda af op de deelnemers

We streven ernaar dat alle leden van de stuurgroep of werkgroep sterk betrokken zijn bij de thema’s die op de agenda komen. Wat verwachten zij zelf, wat zien ze zelf als mogelijk agendapunten, waarrond willen (kunnen) ze meedenken en meebeslissen. 

DNA 9 ‘prettig gestuurd’

Een speelpleinwerking is er in de eerste plaats om kinderen te laten spelen. We kunnen er niet omheen dat de jongeren, als begeleider, een cruciale rol spelen in de totale speelpleinwerking. Die speelpleinmensen blijven motiveren, verantwoordelijkheid laten dragen en betrekken bij de ganse werking is niet altijd eenvoudig. De brochure ‘Werken met een stuurgroep op je speelplein’ kan je helpen om jongeren de plaats te geven op je speelplein die zij verdienen.


balanceren tussen sturen en ondersteunen

Rol van de ploegbaas

Als speelpleinverantwoordelijke moet je een evenwicht vinden tussen sturen en ondersteunen. Je bent iemand die over het geheel waakt en geen kansen ontneemt van jongeren die willen participeren. 

  • bestaande dynamiek zien en ondersteunen
  • dynamiek creëren waar die er niet is door bewust te sturen   


Of een ploeg draait heeft héél veel te maken met de juiste man of vrouw op de juiste plaats. De rol van de ploegbaas is essentieel. Het moet klikken en alles moet kloppen: timing, stijl, aanpak... In de tekst 'rol van een ploegbaas', gaan we na welke rollen een ploegbaas kan opnemen en welke invloed de invulling van die rollen heeft. Vanuit een bepaalde stijl zijn sommige dingen makkelijker en andere zaken moeilijker.


Vorming voor ploegbazen

Jaarlijks organiseert de VDS, in januari, 3 vormingsdagen specifiek voor startende speelpleinverantwoordelijken. 1 van deze dagen staat volledig in het teken van je speelpleinploeg.

Inhoud van de vormingsdag 'ploegbaas van een animatorenteam':

  • Profiel van een animator.
    Bestaat er een 'gemiddelde' animator, en zo ja, hoe ziet die er dan uit? We gaan op zoek naar de motieven van jongeren om als animator aan de slag te gaan. Hoe evolueert het profiel van je animatoren met de doelgroep waarvoor ze verantwoordelijk zijn? Wat verwachten jongeren van een speelpleinwerking en hoe ga je daar als verantwoordelijke mee om?

  • Behouden van animatoren.
    De cultuur binnen je animatorenploeg bepaalt vaak hoe betrokken jongeren blijven en hoe lang ze actief blijven. Als ploegbaas heb je hierin een belangrijke rol. We gaan na welke rollen je kan opnemen om bepaalde effecten te creëren en hoe je je rol als ploegbaas coachend en ondersteunend opneemt.

Jonge 'hulp-animatoren'

Wat is de minimumleeftijd van animatoren?

Je kent hen wel! De oudste tieners op het speelplein die al maar wat graag animator zouden zijn. Nog een jaartje en dan is het zover. Dan staan ze aan de andere kant. Heel wat speelpleinen spelen in op dat enthousiasme en laten 14-15 jarigen als hulpanimator meedraaien tijdens de werking. 



55% van de animatoren is ook buiten de vakanties met speelpleinwerk bezig.

Betrekken van animatoren gaat hand in hand met het behouden ervan.

Het betrekken van animatoren gaat hand in hand met het behouden van animatoren. Specifiek rond het behouden van animatoren op je speelplein heeft de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk een aparte pagina op deze website ontwikkelt bomvol (speelplein)voorbeelden en informatie.   

Handige voorbeelden

Afsprakennota

Speelplein Kaktus Zemst is een speelpleinwerking in de schoot van het gemeentebestuur van Zemst. Om de speelpleinwerking een jonge en speelse dynamiek te geven wordt de werking door jongeren gedragen.  In deze afsprakennota tussen het gemeentebestuur en de stuurgroep speelplein Kaktus proberen we richting te geven aan de inspraak van de animatoren in de werking.

Ook speelplein Joepie in Halle heeft voor de stuurgroep een interne afsprakennota opgesteld dat regels, afspraken en mandaten duidelijk aflijnt voor haar leden.

Vrijwilligershandboek

De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk is en vrijwilligersorganisatie 'au fond'. Inspraak en betrokkenheid is vanzelfsprekend. Vrijwilligers voeren bij de VDS niet enkel uit, mogen niet enkel participeren, ze krijgen eindverantwoordelijkheid, sturen de organisatie en nemen zelf continu belangrijke beslissingen op regionaal en centraal niveau. Zowel onze Raad van Bestuur, als de Algemene Vergadering bestaat bij voorbeeld op een paar beroepskrachten na volledig uit vrijwilligers. In 2015 werd het vrijwilligershandboek een leidraad voor de hele organisatie.


Advies ter plaatse

  • Je wil animatoren meer inspraak geven en betrekken bij de werking? 
  • Tijdens de vakanties, maar ook in de rest van het jaar? 
  • Je denkt eraan om een stuurgroep op te richten of bestaande werkgroepen een boost te geven?

Een stafmedewerker of een ervaren VDS-vrijwilliger komt graag langs voor een advies ter plaatse. Je mag van hen een onderbouwd advies verwachten, aangevuld met voorbeelden en eigen ervaring. Leden krijgen 2 adviezen per jaar gratis! 

Meer weten...