Gastcolleges

De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk inspireert

Vanuit een onderbouwde visie op spelen, een schat aan ervaringen uit speelpleinwerk en met een aanstekelijk enthousiasme geeft de VDS gastcolleges op hoge scholen en universiteiten. 

Op vraag komen we langs en maken we onze colleges op maat van de opleiding
We zetten studenten aan tot discussie en kritische reflectie.


Onderwerpen

Kan een gemeente zonder speelpleinwerking?

563 speelpleinwerkingen zijn er in Vlaanderen en Brussel. Één voor één heel divers. Verschillen in statuut, grootte, infrastructuur, periode… en toch hebben ze een gemeenschappelijk DNA: de focus op spelen, het jeugdwerkgehalte en de toegankelijkheid.

Deze drie elementen maken speelpleinwerk uniek in Vlaanderen, Brussel en in de wereld. Door dit DNA en door het uniek karakter, vormt het een meerwaarde in elke stad en gemeente. De werkingen zijn lokaal sterk verankerd en aangepast aan de noden van de wijk of gemeente. Speelpleinwerk is een sterk merk. Een gemeente of stad zonder speelpleinwerking, mist iets cruciaal in het aanbod voor kinderen en jongeren.

Maar speelpleinwerk voelt ook druk. Druk vanuit instrumentalisering van het jeugd- en vrijwilligerswerk, druk om het spelen te gebruiken om ook andere doelen te realiseren (welzijn, educatie, opvang…) en druk op het toegankelijksprincipe. Het is druk waar speelpleinwerk momenteel kan aan weerstaan maar hoe lang nog?

Dit gastcollege gaat dieper in op het DNA, de meerwaarde en die druk.

Willen jongeren zich nog engageren?

We gaan met studenten in discussie over vrijwilligerswerk anno 2018.
Onze kijk op vrijwilligerswerk is gebaseerd op ervaringen uit het speelpleinwerk. 

23.000 verschillende jongeren kiezen ervoor om jaarlijks in hun eigen vrije tijd animator te zijn op een speelpleinwerking in hun buurt. 70% van hen doet dat zelfs helemaal vrijwillig of tegen een kleine vergoeding. Gewoon, omdat ze het belangrijk vinden. In de zomer van 2018 had 20% van de speelpleinverantwoordelijken het lastig om voldoende animatoren te vinden. Jongeren die steeds minder weken op het speelplein staan en verschillende engagementen combineren, een gewijzigde ‘last minute’-mentaliteit (= animatoren beslissen op de laatste moment of ze komen of niet) en een jaarwerking met de animatoren die op een laag pitje staat of ontbreekt waardoor er weinig of geen betrokkenheid is, zijn de voornaamste redenen die speelpleinorganisatoren opgeven waarom ze moeilijk aan voldoende begeleiders komen. De nieuwe vrijwilliger dwingt speelpleinorganisatoren om creatief te zijn, zich flexibel op te stellen en de huidige manier van werken met jongeren in vraag te stellen.  

De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk onderschrijft het recht op jeugdwerk. We leggen het eigenaarschap van speelpleinwerk graag bij jongeren. Onze tweede prioritaire doelgroep, naast de kinderen. Zij staan het dichtst bij de leefwereld van kinderen en kunnen makkelijker hun vertrouwen winnen. Elke dag opnieuw werken zij aan de kwaliteit van de werking. Met wat ruimte om te experimenteren en waar het kan, ondersteund door professionals. Voor en door jongeren, daar gaan we prat op.

Zelf is de VDS ook een vrijwilligersorganisatie 'au fond'. We geven onze 360 VDS-vrijwilliger de best mogelijke kansen om initiatief te nemen, om zich te amuseren en verantwoordelijkheden op te nemen, om fouten te mogen maken in een veilige context. Zo verbeteren ze de speelkansen van duizenden kinderen en worden ze de best mogelijke versie van zichzelf.

Toegankelijkheid, een hype?

Onze samenleving is divers, het is geen voorbijgaande trend. De diversiteit is er blijft er. En toch blijft het een uitdaging om aan alle kinderen en jongeren een plek te geven. Ook in het vrijetijdsaanbod. De VDS wil een inclusief aanbod in elke gemeente en exclusief waar het nodig is.

Speelpleinwerk is het meest laagdrempelige jeugdwerkinitiatief. Niemand in het jeugdwerk doet beter. Speelpleinwerk trekt door haar DNA vaak andere kinderen en jongeren aan dan het klassieke jeugdwerk. Het is de weerspiegeling van een diverse samenleving. Dit vertaalt zich in een uitgebreid ondersteuningsaanbod voor diverse kinderen en (co-)animatoren.  Dit gastcollege legt uit waarom het wel lukt in speelpleinwerk en waar kansen liggen voor de toekomst. Als trekker van “Jeugdwerk voor Allen” pleit de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, samen met een heleboel andere partners, voor (speel-)kansen voor alle kinderen en jongeren in het jeugdwerk.

Vakantie? Ook vol geprogrammeerd?

Wanneer ervaren kinderen vrije tijd? Als je het aan hen vraagt, komt steevast het antwoord: “als we iets leuk doen”. Wanneer is het leuk? “als we mogen kiezen wat we doen”.

De VDS streeft naar zoveel mogelijk speelkansen voor alle kinderen. De vrijheid om te kiezen, gecombineerd met voldoende variatie aan zaken waaruit kinderen kunnen kiezen, zijn voor ons essentieel voor een goed speelaanbod.

We stellen “spelen om te spelen” voorop. In Vlaanderen en Brussel zijn heel wat initiatieven waar spelen als middel gebruikt wordt om kennis op te doen of om kinderen te doen ontwikkelen. Het zijn waardevolle werkingen. We zien te weinig initiatieven waar spelen een doel op zich is, waar ‘spelen, zonder meer’ centraal staat.  Speelpleinwerk wil één van die initiatieven zijn die kansen biedt om intens te spelen. En ja, daardoor ontwikkelen kinderen zich en leren ze zaken bij. Mooi meegenomen.

We pleiten er ook voor dat kinderen zelf mogen beslissen hoe hun vakantie er uit ziet. Teveel zien we dat kinderen van het ene kamp naar het andere worden gestuurd. Plezant en leerrijk, dat zeker maar laat kinderen vooral ook gewoon "goe" spelen. Op straat, in de tuin, met vrienden of alleen, soms actief, soms rustig.

Mag een kind nog uit een boom vallen?

In dit gastcollege leggen we de focus op avontuurlijk spelen.
Onze kijk op risico’s en veiligheid bij het spelen van kinderen. In theorie en praktijk.

Sinds 2009 is de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk trekker van Goe Gespeeld! Een pleidooi voor écht spelen inclusief butsen, builen, blauwe plekken. Goe spelen vraagt om avontuur, is grenzen verleggen, experimenteren en de uitdaging opzoeken. Vuil worden, een logisch gevolg.

Stel je even een kind voor dat opgroeit binnen de muren van z’n huis en veilig achter het tuinhekje, waar mama of papa het geen moment uit het oog verliest. In de tuin is geen modder, geen planten met doornen, geen klimbomen, de vijver is afgesloten met een hek en waar het zou kunnen struikelen liggen valdempende tegels. Alleen op straat fietsen of met vriendjes buiten spelen kan niet, laat staan met vreemde mensen praten. Te veilig is doodsaai en heel zeker is het kind niet gewapend voor de dag dat het geen kind meer zal zijn.

Goe spelen is boomhutten bouwen, timmeren met echte hamers en nagels, vlottentocht op de beek, zelf koken op een houtvuur, balanceren op een boomstam boven het water, sprinkhanen vangen, putten graven, schaatsen… Al spelend leren kinderen risico’s inschatten en voorzichtig te zijn.

Door veel te spelen, leren  kinderen hun eigen mogelijkheden en beperkingen kennen. Ze merken hoe ver hun benen kunnen springen, hoe lang hun arm is, hoe warm te warm is of hoe pijnlijk een brandnetel kan zijn. Vaak gaat het goed maar zo nu en dan hoort een buil, een blauwe plek, een schaafwonde, zelfs een gebroken arm… er gewoon bij!

Kinderen hoeven niet vuil te zijn na het spelen, maar moeten het wel mogen.

 

Interesse? Vraag jouw gastcollege aan.


Vragen of info?


Wim Van Leeuwen
Coördinator inhoudelijk beleid
">
T 015 28 73 90