Meertalige en anderstalige animatoren

Jongeren die thuis niet Nederlands als eerste taal spreken, ervaren extra uitdagingen om deel te nemen aan het jeugdwerk. Anderzijds bieden ze voor het jeugdwerk een unieke meerwaarde.

We geven je tips mee hoe je de drempels verlaagt voor deze jongeren zodat ook zij het animatorenteam kunnen versterken. 

 

Filter

Meertalige kinderen

Hoe kan ik rekening houden met meertalige kinderen op het speelplein? Bekijk onze Taalspelerpagina.


Tips en tricks

Een heel aantal speelpleinverantwoordelijken ondervinden drempels bij het bereiken van meertalige en anderstalige animatoren:

  • soms kan een speelpleinwerk als kinderachtig of als geen 'echt' werk gezien worden
  • wervingscampagnes zijn in het Nederlands opgesteld, waardoor het moeilijk is om de folders te begrijpen, spelletjes uit te leggen of vergaderingen mee te volgen
  • het Nederlandstalig karakter van de gemeente kan afschrikken
  • of het concept speelpleinwerking is niet zo gekend bij niet-Belgische jongeren en evenmin bij hun ouders, waardoor zij er wat wantrouwig tegenover staan.

Voor werving

Communiceer met de ouders of voogd

Indien een anderstalige of meertalige jongere interesse heeft, maar de ouders staan er niet voor open, nodig hen dan uit voor een babbel en sta open om documenten te vertalen en uit te leggen (eventueel met pictogrammen, gebaren, Google Translate...).

Start bij de kinderen

Veel kinderen groeien door tot animator via de kinder- en tienerwerking. Of doordat een jongere broer of zus naar de werking komt, maakt de oudere broer of zus kennis met het speelplein en de werking ervan. Een eerste stap voor speelpleinwerkingen is dus zich inzetten op het bereiken van anderstalige en meertalige kinderen. Zo bestaat de kans dat deze kinderen met tijd zelf animator worden, dat er mond-aan-mond-reclame doorgaat naar vrienden en familie en dat het speelplein niet meer bekend staat als een plaats voor enkel blanke Nederlandstalige kinderen en jongeren.


Organisatorisch

Zet in op visualisatie en structuur

Ontwikkel een bord waarop alle activiteiten door middel van een pictogram worden aangeduid. Geef alle aanwezige animatoren een foto en een pictogram met hun dagtaak. Dit is niet alleen een hulp voor zij die geen of minder goed Nederlands kunnen maar ook voor animatoren met een beperking of nieuwe animatoren die de werking van het speelplein nog aan het ontdekken zijn. 

Hier vind je voorbeelden en tips.

Maak ruimte voor niet-talige activiteiten

Bijvoorbeeld: sportactiviteiten, dansen, zandkastelen bouwen, muurschilderingen maken, gek doen op de trampoline… Voor deze activiteiten is het beheren van de Nederlandse taal niet noodzakelijk aangezien voor deze activiteiten niet gepraat hoeft te worden. 

Denk na over andere drempels

Las vervoer in, biedt een cursus ‘Omgaan met diversiteit’ aan, voorzie indien mogelijk een verlaagde prijs voor animatoren uit kansarme gezinnen (bijvoorbeeld bij het animatorenweekend), organiseer een internationaal buffet als animatorenavond waarbij ze een gerecht uit hun thuisland kunnen meebrengen, bied halal eten aan…

Waardeer meertaligheid

Stel je voor, een bord aan de inkom van het speelplein: "Hier spreken we Nederlands". Uitnodigend, als je het Nederlands nog niet zo goed beheerst?

Hier spreken we Nederlands

Stel je nu hetzelfde bord voor, maar met daaronder nog een bordje: "en vandaag ook...". Dan verschijnen alle talen die de animatoren spreken.

En vandaag ook Engels, Frans, Arabisch, Pools en Pasjtoe

Meertaligheid is een troef. Het bevordert communicatie met kinderen en ouders. En het biedt nieuwe speelkansen.


Bij coaching

Praat

Leg alles stap voor stap uit: hoe, wat, waarom… Leg uit waarom welke regels bestaan en toegepast worden, en pas daarbij de communicatie aan (simpele verwoording, schematisch en duidelijk gebruik van klare taal en pictogrammen). Ga in gesprek met de jongere om eventuele drempels op te sporen en te bekijken waarop je nog kan inzetten. Overloop ook op het einde van de dag wat goed en minder goed ging. Het kan zijn dat een anderstalige animator niet veel praat, maar dat wil niet zeggen dat ze het niet verstaan. Het niet praten van de Nederlandse taal heeft vaak te maken met niet durven i.p.v. niet kunnen.

Zet in op talenten

Zet bij al de animatoren in op hun capaciteiten en niet op gebreken. Ga bij de jongere op zoek naar wat hij/zij graag doet. Want iets doen wat je graag doet, geeft je energie. Iets doen wat je niet graag doet, kost energie.

Lees meer over talenten en hoe je die kan inzetten in het eerste deel van DNA 29 Co-animatoren - inzetten op talent op het speelplein

Niets is vanzelfsprekend

Geef de jongeren tijd om zich aan het speelpleingebeuren aan te passen en laat de jongeren niet aan hun lot over. het vraagt extra moeite om de jongeren zich thuis te laten voelen.

Schat de jongeren niet te laag in

Heb geen te lage verwachtingen van de jongeren. Het is niet omdat een persoon geen tot weinig Nederlands kan, dat hij geen toneeltje mee kan doen, niet kan voetballen of niet kan knutselen. Daag hen net uit: laat hen mee doen met het toneeltje, laat hen het spel uitleggen... 

Leg informele contacten

Probeer naast het gebeuren op de speelpleinwerking ook contact te leggen tijdens de pauzes en na de vergadering. Pols ook eens naar andere interesses en gemeenschappelijkheden. Op deze manier toon je oprechte interesse in de jongeren zowel op als naast het speelplein. 


Ga op zoek naar brugfiguren

Partners

Gebruik verschillende communicatielijnen

Verschillende communicatielijnen zijn een meerwaarde. Hoe meer verschillende communicatielijnen, hoe meer kans dat je een enthousiaste tiener bereikt die graag animator wil worden. Want het zijn ook jongeren met 24 uur in hun dag, die ergens in de gemeente te vinden zijn.

  • Maak gebruik van sociale media en digitale kanalen zoals een website en Facebook. 
  • Stuur elk jaar een wervingsbrief, flyers, folders naar alle 15 à 16-jarigen in de gemeente. Of zet een stuk over je speelplein in het (gemeentelijk) infoblad.
  • De beste communicatie is nog steeds mond-aan-mond reclame:  Mondelinge werving, via bevriende animatoren, gebeurt vaak. Laat de animatoren hun vrienden uitnodigen en organiseer een dag waarbij ze kunnen beleven hoe een dag op het speelplein eruitziet. Of organiseer een avond waarbij er uitleg gegeven wordt over hoe jullie speelplein te werk gaat
  • Contacteer scholen en jeugdbewegingen, en vraag of je eens mag langs gaan om de leerlingen te informeren en je flyers en folders mag uitdelen. 
Leg contacten met andere organisaties

Werk samen met andere organisaties zoals: het sociaal huis, de jeugddienst, opvangcentra, Agentschap voor Inburgering en Integratie, OKAN… en zoek naar integratieprojecten in de buurt. Nodig de organisaties uit voor een rondleiding op het speelplein of ga zelf eens naar een organisatie en speel daar een spel. Nodig ook de verantwoordelijken, begeleiders of vertrouwenspersonen van de jongeren uit om het vertrouwen van de jongeren te krijgen. 

Contacten leggen is dus de boodschap. Je maakt veel meer kans om onbereikbare jongeren te bereiken via organisaties die ze wel bereiken of er mee in contact staan. 


versterking voor het team

Soms ervaren anderstaligen drempels. Zeker nieuwkomers in België. Zij weten bv. niet wat een speelpleinwerking is en hoe het in elkaar zit.  Kort gezegd kan je pas animator worden vanaf je 15. Je moet graag spelen met kinderen en kunnen samenwerken met de andere animatoren. Als animator speel je met de kinderen, bereid je spelletjes voor en zorg je voor de kinderen. 

Meerdere talen spreken is een meerwaarde, ook op het speelplein. We vroegen het aan de animatoren zelf! 


Een dag op het speelplein in beeld

Uitleggen wat speelpleinwerk is, gaat het makkelijkst als je het kan tonen. Een helder filmpje, dat een dag op jouw speelplein illustreert, kan dan erg handig zijn.

Hier een voorbeeld van hoe dit eruit kan zien:


Meertaligheid is een meerwaarde, geen probleem

samenwerkingsverbanden

Door contacten te leggen met andere organisaties, maakt je veel meer kans om onbereikbare jongeren te bereiken via organisaties die ze wel bereiken of er mee in contact staan. Hieronder kunt u van enkele organisaties een korte uitleg lezen. Deze organisaties zijn voorbeelden van organisaties waarmee u mogelijk kunt samenwerken.

OCMW

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) verzekert een aantal maatschappelijke dienstverleningen en zorgt zo voor het welzijn van iedere burger. Iedereen die op legale wijze in België verblijft, heeft recht op sociale bijstand. 

Erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden, kunnen financiële OCMW-steun krijgen. Dat kan al vanaf de toekenning van hun status, ze moeten niet wachten op de afgifte van hun verblijfskaart. 

Diverse OCMW ’s voorzien ook materiële opvang, via het organiseren van lokale opvanginitiatieven (LOI) voor asielzoekers, gefinancierd door de federale overheid. Hier krijgt de kandidaat-vluchteling de mogelijkheid om tot rust te komen en hulp en begeleiding te krijgen. De vijf taken van een Lokaal Opvanginitiatief zijn: materiële dienstverlening (huisvesting, maaltijdcheques, zakgeld), begeleiding in de asielprocedure, psychologische begeleiding, voorbereiding op een leven na de asielprocedure (vrijwillige terugkeer, volledige integratie) en integratie (taal, onderwijs, openbaar vervoer, huisvuilsortering).

OKAN

Onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers wordt ingericht voor jongeren met een niet-Belgische nationaliteit die nieuw zijn in ons land en het Nederlands onvoldoende beheersen. Via het onthaalonderwijs neemt de school maatregelen om kinderen van vluchtelingen, asielzoekers of andere anderstalige nieuwkomers in te schrijven en hen de gepaste begeleiding aan te bieden, waaronder het aanleren van de Nederlandse taal. Zowel het basis- als het secundair onderwijs kan onthaalonderwijs aanbieden. Door in je eigen buurt te kijken of de scholen over een OKAN-aanbod beschikken, kan je anderstalige kinderen en jongeren bereiken (Vlaanderen, onderwijs).

Filmpje

CAW

Het Centrum Algemeen Welzijnswerk helpt mensen met al hun vragen en problemen die te maken hebben met welzijn. Ze vechten voor een menswaardig leven voor iedereen en komt op voor gelijke kansen. Sommige CAW’s beschikken over een ‘Adviescentrum Migratie’, een eerstelijnsdienst die zich richt naar asielzoekers, vluchtelingen, mensen zonder wettig verblijf, geregulariseerde en genaturaliseerde vreemdelingen, gezinsherenigers of mensen die met de doelgroep in aanraking komen. 

Agentschap Integratie en Inburgering

Het Agentschap Integratie en Inburgering is een overheidsagentschap dat zich inzet voor een samenleving waar iedereen, ongeacht herkomst of achtergrond, gelijke kansen krijgt.  Daarnaast bieden ze ook een inburgeringsprogramma aan, zetten ze in op het leren en oefenen van de Nederlandse taal, voorzien ze onafhankelijke en kwaliteitsvolle juridische dienstverlening m.b.t. het vreemdelingenrecht en internationaal familierecht en beschikken ze over een dienst ‘Sociaal Tolken en Vertalen’.

Andere lokale initiatieven

Op vandaag gebeurt er enorm veel rond de participatie van vluchtelingen. In heel Vlaanderen zijn er lokale vrijwilligers actief om mensen op de vlucht wegwijs te maken, welkom te heten, te ondersteunen… Wanneer je even kijkt in je eigen buurt, worden er hoogstwaarschijnlijk enkele initiatieven, projecten en of activiteiten georganiseerd gericht op vluchtelingen, waar je zeker even contact mee kan opnemen. Via Vluchtelingenwerk Vlaanderen, de sociale kaart en Caritas International kan je lokale vrijwilligersgroepen en organisaties terugvinden

LEZEN

Checklist

Het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk maakte deze checklist 'Vluchtelingen in vrijwilligerswerk'. Meer verdieping vind je in hun digitaal dossier.

Werken met buddy's

Student Sam Heyvaert onderzocht hoe een buddysysteem kan opgestart worden.

De buddy's zijn jongeren, die vanuit eigen vrije tijd mee de jonge anderstalige nieuwkomer betrekken in hun eigen vrije tijd organisatie, zoals het speelplein. De buddy speelt de rol van brugfiguur, zodat de nieuwkomers mee kunnen gaan in het verhaal van georganiseerde vrije tijd.

Dit leidde tot de handleiding NAVIGATE YOU(TH).


Asielzoekers en vluchtelingen mogen vergoedingen volgens de regels van de vrijwilligerswet ontvangen.

Wetgeving

Wie mag vrijwilligerswerk doen?

Je mag vrijwilligerswerk doen in twee gevallen:

  1. als je een wettig verblijfsdocument hebt
  2. als je recht hebt op opvang

Voor vrijwilligerswerk in ondergeschikt verband (bv als animator op het speeplein) is er nog steeds geen wettelijke basis voor:

  • Vreemdelingen zonder wettig verblijf die geen recht op materiële opvang hebben.
  • Gezinnen met minderjarige kinderen zonder wettig verblijf, ondanks hun recht op materiële opvang (behalve afgewezen asielzoekers met een verlengd recht op opvang). 

Lees meer bij het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk en het Agentschap voor Inburgering en Integratie.

De vrijwilligersvergoeding

Asielzoekers en vluchtelingen mogen vergoedingen volgens de regels van de vrijwilligerswet ontvangen.

Dit heeft geen impact op de dagvergoeding die zij in hun opvangcentrum ontvangen. Mogelijk heeft de asielzoeker in opvang nog geen rekeningnummer, maar dan kan je de vergoeding contant geven. Regel dan een papier zodat je een bewijsstuk kan toevoegen aan je boekhouding of kas. Een vluchteling zal waarschijnlijk wel een rekeningnummer hebben, aangezien ze een rijksregisternummer ontvangen waarmee ze een rekening kunnen openen. 

Kan je een asielzoeker, subsidiair beschermde of erkend vluchteling tewerkstellen?
  • Tijdens de asielprocedure: ja, mits een wachttijd van 4 maanden en met arbeidskaart C
  • Als erkend vluchteling: ja
  • Als subsidiair beschermde: ja

Lees meer over de wetgeving.
Deze brochure geeft meer info over verschillende statuten en brengt enkele succesverhalen.


Interactief

Het project 'Interactief' van Groep Intro richt zich op jonge anderstalige nieuwkomers. Het laat hen kennis maken met verschillende vrijetijdsinitiatieven.

In dit filmpje leggen de medewerkers en de jongeren uit welke drempels er zijn, hoe ze die aanpakken en wat de meerwaarde is. Buse vertelt hoe ze leidster is geworden bij AKABE.

https://www.groepintro.be

Mee op cursus?

Dat kan

Je kan bij de VDS ook mee op cursus zonder het Nederlands volledig te beheersen. Onze instructeurs doen hun best om alles zo duidelijk mogelijk te maken. Je krijgt ook voldoende oefenkansen in een veilige omgeving. We zijn gebaat met een seintje op voorhand. Dan bereiden we ons extra goed voor.

Instructeur Melanie vertelt

Ik ben vorig jaar in de zomer meegegaan als instructeur bij de zomercursus van Antwerpen. Vooraf hebben we meestal 1 vergadering om ons voor te bereiden op de cursus. Toen we vooraf te horen kregen dat er een anderstalige vluchtelinge zou meegaan op onze cursus, schrokken wij als ploeg. Hoe gaan we dit aanpakken? Hoe kunnen we haar het beste begeleiden? Hoeveel extra begeleiding zou dit van ons vergen? We stonden voor een raadsel want we wisten niet wat we konden verwachten. Een week later, op het einde van de cursus, was onze instructorenploeg euforisch over F.. Niet wij, maar zij had er zelf voor gezorgd dat deze cursus zo geslaagd was.

Ikzelf heb F. enkele keren in mijn sessie gehad. Wat mij opviel? Toen ik een uitleg gaf en vroeg om input was zij de eerste die hierop inging, ze gaf een voorbeeld over hoe kinderen reageren op elkaar in een conflictsituatie. Door haar antwoord, gingen andere cursisten er verder op in. Ze begrepen wat de bedoeling was, en er ontstond interactie.

Bij een simulatie-toneel speelde ik een kleuter die zogezegd wegliep van het speelplein. Het was de bedoeling dat de cursisten in kleine groepjes bij deze situatie terechtkwamen en op gepaste manier reageerden. De meeste cursisten beginnen spontaan te lachen omdat we zo gek verkleed zijn en onze rolletjes nogal groot uitspelen. Slechts enkelen gaan gepast in op de situatie en weten wat ze moeten doen. Zo ook F.. Zij kwam achter mij aan en vroeg wat er scheelde, ze speelde dus perfect haar rol als animator. Toen ik zei dat ik het zogezegd niet leuk vond op het speelplein, zorgde ze voor een compromis. Ik moest bij de groep blijven, maar kreeg een andere taak in het spel dat ik wel leuk vond. Wat dit betekent voor mij? Dit was een reactie dat zelfs 60 procent van de cursisten niet zou kunnen geven op een eerste cursus. Waarom zij wel? Dat weet ik ook niet, maar dat het een goed antwoord was, dat weet ik zeker.

Op de voorlaatste avond kwam ik langs in de meisjeskamer. Ik ging bij enkele meisjes praten, en zo ging ik ook even bij F. op bed zitten. We hebben het over van alles gehad, wat mij niet allemaal meer is bijgebleven. Op een gegeven moment ging het over de cursus en of ze misschien nog vragen had. Ze nam mijn handen vast en zei mij dat ze sinds ze in België was nog nooit zo gelukkig was geweest als toen. Ze kon zichzelf zijn.  Dit raakte mij zo. Ik vertelde dit dan ook ’s avonds tegen de andere instructoren met tranen in mijn ogen. Dit maakt dat een cursus voor ons geslaagd is. Ze voelde zich aanvaard door de groep, niet anders dan de rest, ze kon zich mengen in een groep van leeftijdsgenoten. Leeftijdsgenoten die haar ook uitkozen om een duo te vormen tijdens een spel, leeftijdsgenoten die haar hielpen met extra uitleg wanneer ze het niet snapten, leeftijdsgenoten waarbij ze zichzelf kon zijn, zonder zorgen. Ze hoorde thuis in de groep, net als elke andere cursist. Misschien zelfs meer dan sommige andere cursisten.

Het is cliché, maar het leven is soms niet eerlijk. Kansen. Het gaat hier om kansen. F. heeft kansen gekregen en deze met beide handen gegrepen. Méér zelfs, ze heeft kansen gezocht, gevonden en aangepakt. Op een cursus van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk gaan is op zich al een uitdaging voor vele Vlaamstalige Belgen. Wat voor uitdaging zou dit zijn voor een anderstalige vluchtelinge met een sterke geloofsovertuiging? Ik durf met zekerheid te zeggen dat F. dit met vol enthousiasme heeft gedaan. Omdat zij dit wilde, omdat zij wou laten zien waar zij voor staat. 

Nog vragen?

Zit je nog met vragen rond dit thema of ben je op zoek naar extra ondersteuning?
Neem contact op met onze coördinator inclusie, ">Pieter.


0486 94 09 70