03 jan 2022

Al wie met jeugd werkt moet vanaf eind 2022 zijn strafblad voorleggen



Onze reactie op het 'strafblad-debat' was vanochtend voorpaginanieuws in De Standaard. We willen benadrukken dat ook wij het belangrijk vinden dat kinderen overal veilig terecht moeten kunnen, ook op het speelplein. Maar we zijn bezorgd om deze nieuwe maatregel en er ook van overtuigd dat dit 'uittreksel' weinig verschil maakt in de praktijk binnen het jeugdwerk en speelpleinwerk in het bijzonder.  


Concreet zal elke meerderjarige medewerker bij zijn aanstelling eenmalig een specifiek uittreksel uit het strafregister, het vroegere attest van goed gedrag en zeden, van hoogstens een maand oud moeten voorleggen aan de organisatie waar hij actief wil zijn. Die moet het ‘goed en zedelijk gedrag van de betrokkene’ beoordelen, ‘dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt’. Een blanco strafblad is niet vereist. Na controle moet het document worden vernietigd. Alleen wie ‘slechts zeer uitzonderlijk in contact komt met een minderjarige’, is vrijgesteld.


Weinig verschil in de praktijk

We stellen vast dat veel veroordelingen wegens lange procedures pas lang na de feiten zichtbaar zijn op het strafblad. Dat bepaalde misdrijven na verloop van tijd ervan verdwijnen en dat wie niet veroordeeld werd, ontsnapt. Wetende dat 60% van alle speelpleinanimatoren minderjarig is en het merendeel van de overige 40% jonge adolescenten zijn vnl. tussen de 18 en 25 jaar, mogen we ervan uitgaan dat we op een speelpleinwerking veroordeelde zedenplegers niet snel zullen tegenkomen op basis dit 'uittreksel'.

We zijn bezorgd

  • Op het 'uittreksel' staan alle veroordelingen, niet alleen zedenfeiten. Gaan bepaalde verantwoordelijken straks jongeren weigeren voor andere jeugdzondes? Durven deze jongeren überhaupt nog aankloppen bij een lokale werking? 
  • We willen uitgaan van vertrouwen in jongeren, de basis van jeugdwerk. Jeugdwerk is een plek waar jongeren kansen krijgen, en ook tweede kansen. De extra tijd die verantwoordelijken zullen moeten steken in de administratie rond het 'uittreksel' zal ten koste gaan van de tijd en het vertrouwen die er is om een band op te bouwen met animatoren. Niet heiligmakend, maar wij geloven dat iemand die dicht bij de jongeren staat, die de animatoren kent en ondersteunt, met hen praat, hen coacht en hen laat groeien ook sneller signalen opvangt als het fout gaat.  
  • En wat met privacy? We stellen ons de vraag hoe een lokale speelpleinvrijwilliger of -verantwoordelijke moet omgaan met de info die hij of zij voor ogen zal krijgen. Soms zullen leeftijdsgenoten  en vrienden elkaar moeten controleren.

Bewijs van goed gedrag en zeden biedt geen garantie


In 2016 reageerden we ook over het (toen nog) 'bewijs van goed en gedrag en zeden' nadat schepen Rik Verwaest botste met minister Gatz. Vlaams minister van Jeugd Sven Gatz (Open Vld) vond het niet nodig dat aan animatoren bij de speelpleinwerking een bewijs van goed gedrag en zeden wordt gevraagd. De Lierse schepen van Jeugd Rik Verwaest (N-VA) was het daar niet eens mee.
Lees het artikel


Meer wettelijke kantjes

We volgen voortdurend alle huwettelijke verplichtingen op die impact hebben op speelpleinwerk en speel-initiatieven. Beijk de actuele zaken. Meer lezen...