Voorzie een schokdempende ondergrond
Op alle plaatsen waar een kind uit het springkasteel kan vallen, moet je schokdempende ondergrond voorzien. Denk aan de in/uitgang van het springkasteel maar ook aan de randen moest het springkasteel geen dak hebben. Zorg ervoor dat dit minstens 1,2 meter breed is.
Staat het springkasteel op gras of zand is dit niet nodig, maar staat het binnen of op een verharde ondergrond moet je dus valmatten voorzien!
Zorg voor voldoende valruimte
Naast de valmatten, moet er dus ook rondomrond het springkasteel voldoende valruimte zijn. Plaats geen tentjes, tafels of ander speelmateriaal rond een springkasteel. Zorg voor misntens 2 meter vrije ruimte rondom het springkasteel, bij de in/uitgangen moet dit zelfs minstens 2,3 meter zijn.
Zorg voor stevige verankering
Als het springkasteel buiten staat dan moet hij stevig verankerd zijn aan de ondergrond zodat het niet kan verschuiven of omvallen door hevig springen of de wind.
Scherm de blazer goed af
Zorg ervoor dat de blazer, die het springkasteel voorziet van lucht, goed afgeschermd is van het publiek. Staat hij buiten, zorg dat hij ook goed is afgeschermd tegen de regen.
De blazer moet minstens 1,2 meter verwijderd zijn van het springkasteel indien het gesloten wanden heeft, heeft het springkasteel open wanden moet het minstens 2.5 meter verwijderd zijn.
Voorzie animatoren bij het springkasteel
Onbewaakte springkastelen zijn niet toegestaan. Zorg dat er steeds animatoren een oogje in het zeil houden. Springkastelen zonder 'dak' moeten hun eigen individuele begeleider hebben. Heb je dus zo'n 3 springkastelen, moet je minstens 3 animatoren hebben die steeds hun springkasteel in het oog hebben.