Speelpleinwerk binnen het lokale erkenningskader erkennen moet volgens de regels van het B0A-decreet dus niet. Zij kennen een eigen erkenning via jeugdwerk.
Bij heel wat lokale besturen wordt het lokaal speelplein al erkend als jeugdwerk, en zijn ze lid van de jeugdraad, worden ze ondersteund door de jeugddienst, net zoals de lokale scoutsgroep, het jeugdhuis,... Het is belangrijk om het DNA van het speelpleinwerk te bewaken en te (h)erkennen als dat van een jeugdwerkinitiatief.
Maar niet bij elk bestuur is dat zo formeel vastgelegd. Binnen het BOA-verhaal is die formele (h)erkenning wel belangrijk. Om het speelpleinwerk te verhouden tov het BOA-decreet en alle werkingen op de juiste manier te ondersteunen.
Speelpleinwerk als lokaal jeugdwerk erkennen kan door hen mee op te nemen in de lijst van lokale jeugdorganisaties en ze door de gemeenteraad te laten benoemen. Daarnaast ligt er veel waarde in lokaal speelpleinwerk ook als jeugdwerk te benoemen in je communicatie; op de website, in folders...
Indien je als lokaal bestuur toch besluit om het lokaal erkenningskader op te leggen aan het lokaal speelplein, raden we je aan om
- Een apart erkenningskader te ontwikkelen op basis van het speelplein
- Gebruik te maken van het basisschema om op maat van het speelplein/jeugdwerk bepaalde zaken op te leggen.
Het lokaal erkenningskader krijgt 6 kerngebieden opgelegd door Vlaanderen (zie hierboven). Als we deze kerngebieden vergelijken met het basisschema van een vakantiewerking die wij, als VDS, gebruiken, merken we eigenlijk wel wat overlap.
Je kan dus verwachten dat lokaal speelpleinwerk al tegemoetkomt aan alle 'kwaliteitseisen' die het BOA-decreet oplegt.
We benadrukken dat het opnemen van het speelpleinwerk in het lokaal erkenningskader er ook toe leidt dat de controle en handhaving ook volgens die regels lopen. Dit brengt dus niet alleen meer werk met zich mee, maar brengt het speelpleinwerk ook binnen in een wereld die ze niet kennen, noch waar ze thuishoren.