03 mrt 2026

HET BOA DECREET

Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten

De Vlaamse regering sleutelde sinds 2015 aan een decreet “houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten”. Op 24 april 2019 werd het decreet officieel goedgekeurd. Het decreet wil een antwoord bieden aan het opvangtekort in Vlaanderen door buitenschoolse opvang te organiseren en wil samenwerking met buitenschoolse activiteiten, waaronder speelplein, stimuleren. 

De startdatum van het decreet is 1 januari 2026. Sommige lokale besturen starten echter met uitstel, vanaf september 2026. 

Meer lezen over Boa?

Inhoudstafel


Alle (nieuwe) wetgeving

We volgen voortdurend alle wettelijke verplichtingen op die impact hebben op speelplein- en andere vakantiewerkingen. Beijk de actuele zaken. Meer lezen... 


Hu? Een decreet over opvang! Speelpleinwerk is toch jeugdwerk?

Klopt! 

Speelpleinwerk is jeugdwerk, daar verandert er niets aan. 

Vroeger had de (erkende) kinderopvang hun eigen decreet, met eigen regeltjes en definities,...
Maar met het nieuwe decreet hebben ze de doelgroep van werkingen die onder dit decreet kunnen vallen opengetrokken. 

Vandaar dat het ook decreet buitenschoolse opvang én activiteiten heet. Het vakantiewerk kan hier dus onder vallen, indien ze zelf willen!
Het is dus maar slim om mee te zijn met het decreet, zo kan je jouw werking correct verhouden tot het decreet. 


De grote krachtlijnen uit het decreet zijn:

WAAROM?

Het decreet heeft drie grote doelstellingen 

  • Kinderen meer speelmogelijkheden en ontplooiingskansen geven, maar ook keuzevrijheid en recht op rust 
  • Ouders de mogelijkheid geven om werk, opleiding en gezin vlot te combineren. 
  • Een aanbod creëren dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen. Het draagt zo bij tot een harmonieuze samenleving. 

Het decreet vraagt daarnaast ook specifiek de aandacht op de Nederlandse taal en het multifunctioneel gebruik van infrastructuur.  

HOE?
  • De regie ‘buitenschoolse activiteiten’ wordt verlegd van het Vlaamse niveau naar het lokaal bestuur. Het lokale bestuur krijgt dus veel meer te zeggen over het lokale vrijetijds/kinderopvang-aanbod. 
  • De afstemming met buitenschoolse activiteiten wordt vorm gegeven in een lokaal samenwerkingsverband.
  • Lokaal aanbod zal erkend moeten zijn of worden om deel uit te maken van het BOA-verhaal. 

Het decreet vraagt bijzondere aandacht voor kleuteropvang, kwetsbare gezinnen, kinderen met een specifieke zorgbehoefte en het multifunctioneel gebruik van infrastructuur.   

Alles over het beleid en de regelgeving vind je op de website van Opgroeien

VOOR WIE?

Het decreet focust zich op alle kinderen van 3 tot en met 12 jaar. 
Baby- en peuteropvang (0-3 jaar) valt hier dus niet onder en heeft nog zijn eigen kinderopvang-decreet. 

Het decreet vraag wel bijzondere aandacht voor 

  • Kleuters
  • Kwetsbare gezinnen 
  • Kinderen met een specifieke zorgbehoefte 

De lokale besturen zijn aan zet

Timing

Het decreet kent al een lange aanloop. 

  • Het decreet zelf is eigenlijk goedgekeurd in 2019.
  • Het kende zijn eerste start op 01/01/2021, maar toen startte ook de overgangsperiode.
  • Sinds 1/1/2021 tot en met 31/08/2026 loopt er een overgangstermijn. Dit betekent dat er heel wat gemeentebesturen een soort traject op maat liepen. Het is de overgang van de regels van het oude decreet, naar de regels van het nieuwe decreet. 
  • Officieel moesten alle lokale besturen starten met het nieuwe decreet op 1/1/2026. Maar omwille van nog heel wat onduidelijkheid in de regelgeving, werd er een optie gegeven om pas in september 2026 officieel van start te gaan. Op een 50tal besturen na, koos iedereen voor deze latere starttermijn. 

De opdrachten voor het lokaal bestuur

Het lokaal bestuur heeft heel wat taken binnen dit nieuwe BOA-decreet. 

Hun taken zijn;

  • De regie voor de organisatie én afstemming van opvang en activiteiten opnemen. 
  • Het opstarten van een samenwerkingsverband met relevantie spelers binnen het BOA-verhaal
  • Het schrijven van een erkenningskader en het erkennen van lokaal opvangaanbod. Zowel hun eigen aanbod als dat aanbod van externen dat doorgaat op hun eigen grondgebied.
  • Het uitschrijven en toekennen van subsidies vanuit de BOA-pot
  • Het controleren en handhaven van lokaal opvangaanbod 

Bovenstaande zaken moeten hun weg binnen de strategische meerjarenplanning van de gemeente vinden. Het lokaal bestuur moet dit ook organiseren binnen een samenwerking met andere relevantie actoren binnen de gemeente. Denk aan andere gemeentelijke diensten, andere vrijetijdsaanbieders (zoals speelplein- en andere vakantiewerkingen), externe partners,...

Alles lezen over lokaal beleid rond BOA.

Subsidies voor lokale besturen vanuit Vlaanderen

Vroeger

Vroeger kregen erkende kinderopvanginitiatieven rechtstreeks subsidies vanuit Vlaanderen. Gemeentebesturen die dus een eigen opvangaanbod (lees: kinderopvang, geen vrijetijdsaanbod) kregen dus rechtstreeks geld. Externe, particuliere werkingen die erkend werden volgens Opgroeien kregen ook hun eigen potje.

Vanaf nu
Door het nieuwe decreet ontvangen lokale besturen de volledige BOA-pot. Hun taak bestaat er dus uit om dit geld te verdelen over eigen aanbod en eventueel particulier aanbod dat onder het BOA-decreet valt/wilt vallen. 

De berekening hoeveel middelen welk bestuur krijgt is gebaseerd op verschillende parameters. Elk lokaal bestuur heeft hun individuele financiele situatie reeds van Vlaanderen ontvangen. Zij weten hoeveel geld zij in welke fase van dit decreet ontvingen. Een deel van de lokale besturen is er op vooruitgegaan, maar ook voor heel wat lokale besturen betekende dit een besparing.

Berekening BOA subsidies voor het lokaal bestuur

Gezien de timing van het BOA-decreet verschillende fases kent. Kent ook de toekenning van middelen verschillende rekensommen.

BOAmiddelen 2021-1/1/2026 of 1/9/2026 - dus tijdens de overgangsperiode 

  • Werden op maat berekend per lokaal bestuur. Een basissom + extra centjes om het huidige aanbod te kunnen verder zetten.
  • Afhankelijk van in welke timing het lokaal bestuur zit, loopt dit dus nog tot september of is het al afgelopen. 

 

BOOST-middelen - 2025-2026

  • 80 miljoen euro extra voor heel Vlaanderen en Brussel
  • hoofdinzet: lokale besturen en aanbieders ondersteunen in het realiseren van bijkomend zinvol aanbod. Aanbod gericht op het Nederland. Mag geinvesteerd worden in infrastructuut
  • komt dus bovenop de BOAmiddelen (zie hieronder) 
  • Meer lezen over boost-middelen...

 

 BOAmiddelen 

  • Jaarlijks 120 miljoen voor heel Vlaanderen en Brussel

 Wordt per lokaal bestuur berekend op basis van een optelsom van deze drie zaken

  • basisbedrag: gebaseerd op 60% van de kinderen in de basisschool + 40% van de kinderen die in de gemeente wonen. 
  • bedrag rond toegankelijkheid: tussen 2026-2031 gebaseerd op populatiegegevens van kinderen en gezinnen met extra ondersteuningsbehoeftes. Vanaf 2031 wordt dit berekend op het bereik van die kinderen. 
  • compensatie indien van toepassing: lokale besturen waarbij het basisbedrag vanaf 1/9/2026 lager is dan de huidige subsidies (die van tijdens de overgangsperiode) wordt er tot 1/9/31 het verschil bijgepast.  Vanaf 2031 valt dit weg. 
  • Meer lezen over boa-middelen...

 

 

 


Het decreet wilt méér diverse vrijetijdskansen voor méér kinderen stimuleren, dat zou dan ook de hoofdfocus van het lokale bestuur moeten zijn.

Erkennen, Subsidieren en handhaven van lokaal aanbod...

Het lokaal bestuur moet, naast de regie van het aanbod, ook heel wat zaken uitwerken voor hun grondgebied. 

  • Het lokaal bestuur moet het aanbod binnen hun grondgebied gaan erkennen als BOA-aanbod. 
  • Van de ontvangen subsidies keren zij op hun beurt ook subsidies uit aan (deel van) het lokale aanbod. Wie hiervoor in aanmerking komt en hoeveel zij dan krijgen, wordt duidelijk in het lokaal subsidiereglement
  • Het lokaal bestuur kan ook controle gaan uitvoeren op die organisaties die lokaal erkend zijn en/of subsidies krijgen. Ook dit kader dient het lokaal bestuur zelf uit te schrijven. 

Lokale erkenning voor het opvangaanbod

De Vlaamse Regering pleit voor maximale kwaliteit van het gehele BOA-aanbod. De lokale besturen staan als regisseur in voor de erkenning en handhaving van het lokaal opvangaanbod, binnen een Vlaams kwaliteitskader.

Het lokaal bestuur erkent opvangaanbod via een eigen erkenningskader. Dit kader wordt opgemaakt in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA. Het lokaal erkenningskader is verplicht van zodra het lokaal bestuurt instapt in de definitieve regeling van het decreet.

Een lokale erkenning is noodzakelijk om in aanmerking te komen voor een BOA-subsidie. Werkingen/organisatoren die reeds erkend zijn binnen een ander kader (jeugd, cultuur, sport,... ) dienen geen extra erkenning aan te vragen en kunnen zo ook rechtstreeks aanspraak maken op BOA subsidies indien gewenst.

Lokaal erkenningskader

Het lokaal bestuur kan ervoor kiezen om één of meerdere lokaal erkenningskaders te maken. Hoe ze dit doen, mogen ze zelf invullen. 

Vlaanderen schuift 6 kerngebieden naar voor op basis waarop het lokaal erkenningskader moet gebaseerd zijn. Enkele aspecten van die kerngebieden dienen verplicht aanwezig te zijn. 
Hoeveel zaken, hoe streng regels,... zijn, bepaalt het lokaal bestuur. 

De handhaving en controle (zie hieronder) worden mee gebaseerd op de uitgeschreven erkenningskaders. Het is dus belangrijk dat lokale besturen goed nadenken over welke werkingen ze welke kaders opleggen. 

Zoals reeds vermeld dient het lokaal erkenningskaders enkel voor die werkingen die nog geen andere erkenningen hebben ontvangen. 

De 6 kerngebieden zijn:

  • Organisatorisch beleid 
  • Pedagogisch beleid 
  • Medewerkersbeleid 
  • Toegankelijkheid 
  • Monitoring en evaluatie 
  • Verbondenheid

 

Met mogelijke extra thema’s 

  • Concrete verwachtingen rond taalbeleid 
  • Voorrangregels werkende ouders

 

Het erkenningskader wordt periodiek geevalueerd en aangepast naar lokale noden.

6 kerngebieden

 

 

 

Subsidies uitgedeeld door het lokaal bestuur

Lokale besturen dienen zelf hun eigen lokaal subsidiereglement uit te schrijven. 

Lokaal bestaan er vaak al heel wat subsidiereglementen; voor kinderopvang, jeugdwerk, evenementen,... BOA zal daar nu een plek in moeten krijgen. 

Hoe lokale besturen dit aanpakken en wat er dan in dat susbidiereglement staat (voorwaardes, controle, bedragen, termijnen,...) mogen ze zelf bepalen. 

In de subsidiereglementen kunnen extra accenten gelegd worden. Zo kunnen er subsidies zijn voor de organisatie van BOA-aanbod (erkent volgens het eigen lokaal erkenningskader of via andere erkenningen zoals jeugdwerk),  focus op Nederlandse speelkansen, impuls rond inclusie,... Het lokaal bestuur mag hier zelf voor kiezen. 

 

Verdeling middelen lokaal

 


Handhaving en controle

Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op het door-het-lokaal-erkenningskader-erkend-aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten, en neemt, indien nodig, handhavingsmaatregelen. 

Het lokaal bestuur zorgt minstens voor 

  • het registreren en documenteren van de behandeling van klachten over het erkend aanbod 
  • het periodiek evalueren van het aanbod op basis van de voorwaarden in het lokaal erkenningskader 

Die rol van toezichthouder en handhaver kan ook intergemeentelijk worden opgenomen. 

De toezicht, controle en handhaving moet énkel gebeuren op die organisaties die via het lokaal erkenningskader als BOA-aanbod zijn erkend. 

Is jouw speelplein en/of ander jeugdwerk lokaal erkend als jeugdwerk; dan hoeft deze extra controle en handhaving dus niet uitgevoerd worden. Dat bespaart je al heel wat werk! 
Die organisaties met een eerdere erkenning via een andere erkenningsinstantie, volgen de opvolging die ze binnen dat kader gewoon zijn. Voor lokaal jeugdwerk, en dus speelpleinwerk, is dit dus vaak enkel die zaken die in het subsidiedossier staan. 

Krijg je wel subsidies via BOA, dan kan er wel extra controle zijn op het uitvoeren van de opdracht binnen die subsidie. Net zoals dat nu met andere (jeugd-)subsidies ook het geval is. 

Meer info over handhaving en controle vind je hier.  


Het is belangrijk om te benadrukken dat speelpleinwerk jeugdwerk is en niet altijd thuis hoort in (nieuwe) lokale erkenningskaders. Speelpleinwerk kent haar eigen DNA waarbinnen zij waardevole vrijetijdskansen biedt. Speelpleinwerk als jeugdwerk erkennen is daarvoor de eerste belangrijke stap.


BOA en speelplein- en vakantiewerk?!

Kansen én valkuilen

Méér aanbod voor méér kinderen... Een visie waar de VDS niet anders dan achter kan staan. Onze eigen missie en visie streeft namelijk ook naar meer en betere speelkansen voor alle kinderen. 

Het decreet BOA heeft heel wat kansen in zich. Het richt zich op het streven naar kwaliteit binnen werkingen en zorgt actief voor meer samenwerkingen binnen nieuw én bestaand aanbod. 

Daarnaast zijn er ook wel wat valkuilen of aandachtspunten binnen dit decreet, als het aankomt op de positie van speelplein- en andere vakantiewerkingen binnen het BOA aanbod. We nemen je graag mee in enkele aanbevelingen om lokaal om te gaan met het BOA-decreet.

Speelpleinwerk vs kinderopvang

Speelpleinwerk kan en wil een opvangfunctie vervullen, maar niet ten koste van wat speelpleinwerk in essentie is: een vrijetijdsaanbod en jeugdwerk (door jongeren, in hoofdzaak vrijwilligers).  Lees meer...  


Deelname aan BOA als speelpleinwerk?

Er zijn veel redenen om wel of niet mee te doen lokaal aan het BOA-verhaal. 
Het belangrijkste dat we jullie kunnen meegeven is dat het belangrijk is om de eigenheid van het speelpleinwerk te bewaren. 

Speelpleinwerk is jeugdwerk, maar heeft ook een duidelijke opvangfunctie. Het is dus niet raar dat er al snel gekeken wordt naar het speelpleinwerk om ook binnen het BOA-verhaal haar steentje bij te dragen.

Heel wat zaken die het BOA-decreet voor ogen heeft, zijn ook dezelfde zaken die het speelpleinwerk belangrijk vindt: meer speelkansen voor meer kinderen, toegankelijkheid, werken aan kwaliteit,... In de kern komt speelpleinwerk en BOA dus goed overeen. 

Toch is speelpleinwerk een unieke vorm als opvanginitiatief en moet ze ook zo worden benaderd.  Als lokaal bestuur ligt er dus een grote taak om alle werkingen goed op elkaar af te stemmen en de eigenheid van elke werking te bewaren. Zo kan er samen gebouwd worden aan een sterk BOA-verhaal. 

Bij het ene gemeentebestuur is dat zonder het speelplein binnen het BOA-verhaal te trekken en bij het andere liggen er net kansen om dat wel te doen. 

Cijfers in de realiteit

Heel wat speelpleinorganisatoren zien kansen in het BOA-decreet, dat blijkt uit onze nieuwe cijfers van de vijfjaarlijkse speelpleinenquete':

45 % van de indieners is akkoord met de stelling 'Speelpleinwerk kan een belangrijke partner zijn in het lokale BOA-actieplan' .
29% van hen is zelfs helemaal akkoord.  


Erkenningskader voor lokaal speelpleinwerk?

Speelpleinwerk binnen het lokale erkenningskader erkennen moet volgens de regels van het B0A-decreet dus niet. Zij kennen een eigen erkenning via jeugdwerk.

Bij heel wat lokale besturen wordt het lokaal speelplein al erkend als jeugdwerk, en zijn ze lid van de jeugdraad, worden ze ondersteund door de jeugddienst, net zoals de lokale scoutsgroep, het jeugdhuis,... Het is belangrijk om het DNA van het speelpleinwerk te bewaken en te (h)erkennen als dat van een jeugdwerkinitiatief. 

Maar niet bij elk bestuur is dat zo formeel vastgelegd. Binnen het BOA-verhaal is die formele (h)erkenning wel belangrijk. Om het speelpleinwerk te verhouden tov het BOA-decreet en alle werkingen op de juiste manier te ondersteunen. 

Speelpleinwerk als lokaal jeugdwerk erkennen kan door hen mee op te nemen in de lijst van lokale jeugdorganisaties en ze door de gemeenteraad te laten benoemen. Daarnaast ligt er veel waarde in lokaal speelpleinwerk ook als jeugdwerk te benoemen in je communicatie; op de website, in folders... 


Indien je als lokaal bestuur toch besluit om het lokaal erkenningskader op te leggen aan het lokaal speelplein, raden we je aan om

  • Een apart erkenningskader te ontwikkelen op basis van het speelplein
  • Gebruik te maken van het basisschema om op maat van het speelplein/jeugdwerk bepaalde zaken op te leggen. 

Het lokaal erkenningskader krijgt 6 kerngebieden opgelegd door Vlaanderen (zie hierboven). Als we deze kerngebieden vergelijken met het basisschema van een vakantiewerking die wij, als VDS, gebruiken, merken we eigenlijk wel wat overlap.

Je kan dus verwachten dat lokaal speelpleinwerk al tegemoetkomt aan alle 'kwaliteitseisen' die het BOA-decreet oplegt. 

We benadrukken dat het opnemen van het speelpleinwerk in het lokaal erkenningskader er ook toe leidt dat de controle en handhaving ook volgens die regels lopen. Dit brengt dus niet alleen meer werk met zich mee, maar brengt het speelpleinwerk ook binnen in een wereld die ze niet kennen, noch waar ze thuishoren. 


BOA-subsidies voor speelpleinwerk?

Heel wat speelpleinen kennen een jarenlange traditie van subsidies of worden georganiseerd door het lokaal bestuur; waardoor die middelen vast staan. 

We merken lokaal heel wat vragen of die jeugdmiddelen nu best wel of niet onder BOA-vallen en of speelplein wel of niet moet inzetten op het binnenhalen op BOA-subsidies. 

Elke situatie is anders. We kunnen wel enkele krachtlijnen meegeven. 

  • Zorg voor een duidelijke scheiding tussen BOA-subsidies en jeugdwerkmiddelen. Beide kunnen naar dezelfde organisaties gaan; maar binnen de BBC-rapportage is het aangeraden om deze twee toch gescheiden te houden. Dit maakt rapporteren over jeugdwerk een stuk makkelijker. 
  • Laat structurele BOA-subsidies zich richten op kinderopvang die (in het verleden al) structureel aanbod aanbieden.  Zorg daarnaast voor subsidiekaders op maat van jeugdinitiatieven binnen het BOA-aanbod. 
  • Laat BOA-subsidies voor het jeugdwerk/speelpleinwerk vooral de werking ten goede komen en inzetten voor de krachtlijnen van het BOA-decreet: bv. voor het inzetten van méér kansen (meer openingsdagen? meer weken open? andere vakanties open? , inzetten op nederlandse speelkansen, inzetten op inclusie en toegankelijkheid,.... Bekijk samen met de werking waar zij zelf zin in hebben en de draagkracht van hun ploeg aankan. Ga op zoek naar kansen, zonder extra zaken op te leggen. 
  • Zorg voor een correcte rapportage over subsidies. Vraag niet aan elke werking dezelfde rapportage; werk op maat en naar de krachten van elke BOA-aanbieder.

Jeugdwerk binnen Europa

Het Europees charter voor lokaal jeugdwerk werd geschreven door 22 Nationale Agentschappen die rond Jeugd werken in Europa.

Het charter is ontstaan in de schoot zelf van de Europese jeugdwerkcommunity en behoort hen dan ook toe. Het richt zich tot iedereen - van beleidsmakers tot jeugdwerkers en jongeren - die het jeugdwerk wil verbeteren. Het charter wil bijdragen tot de ontwikkeling van lokaal jeugdwerk. Het benoemt uitgangspunten voor kwaliteitsvol jeugdwerk. En maakt duidelijk hoe jeugdwerk georganiseerd kan worden om aan die uitgangspunten te voldoen.

Het charter kan dus lokaal ook heel wat taal geven om jeugdwerk te gaan erkennen. Op zichzelf, of binnen het BOA-verhaal. 

Het charter bevat verschillende hoofdstukken; 

  • Kwaliteitsjeugdwerk vertrekt vanuit waarden en...
  • Jeugdwerk heeft nood aan een jeugdwerkbeleid dat...
  • De organisatie en praktijk van lokaal jeugdwerk...
  • Lokale jeugdwerkers...
  • Kwaliteitsontwikkeling in lokaal jeugdwerk...

 


En wat dan met tieners?

Door het BOA-decreet zetten lokale besturen sterk in op een geïntegreerd aanbod voor kleuters en lagere schoolkinderen. Aangezien tieners geen expliciete doelgroep is in decreet, vragen wij lokale besturen om het aanbod voor tieners niet uit het oog te verliezen. 

Ook 12-plussers – en zeker kwetsbare tieners – hebben nood aan een veilige, zinvolle en toegankelijke vrijetijdsbesteding tijdens vakantieperiodes. Verschillende gemeenten tonen dat het kan door hun lokaal beleid bewust open te trekken naar een tieneraanbod.

Tieners verdienen ruimte. En ze verdienen animatoren die in hen geloven.

In 2026 vraagt ook de Dag van de Animator expliciet de aandacht voor die tieners en de animatoren die voor hen staan... Neem snel een kijkje op www.dagvandeanimator.be 


Vragen over BOA?!

Zit je nog met vragen?
Heb je nood aan verdere ondersteuning?
Neem zeker contact op met je lokale ondersteuner. 

Samen bekijken we hoe jouw vakantiewerking zich kan verhouden tot het BOA-decreet, nemen we je mee door de kluwen van het decreet of zoeken we mee naar kansen die jouw lokaal bestuur aanbiedt! 

 

Neem contact met ons op!