|
Voor het aanvragen van een vergunning voor het verkopen van sterke drank is de Wet betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank van 28 december 1983 van toepassing. Op 15 december 2005 werd de wet houdende administratieve vereenvoudiging II goedgekeurd en werd de bevoegdheid om de vergunning uit te vaardigen bij de gemeente gelegd.
Artikel 9 van de Wet betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank bepaalt:
'In drankgelegenheden ingericht op de openbare weg of gelegen op het domein van een autoweg is het verboden sterke drank te verstrekken, zelfs gratis.
Terrassen op de openbare weg die integrerend deel uitmaken van een inrichting met een vergunning vallen niet onder dat verbod.
Behoudens speciale machtiging van het college van burgemeester en schepenen, is het verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden geopend op plaatsen waar openbare manifestaties plaats vinden zoals sportieve, politieke of culturele manifestaties.
Beroep kan ingesteld worden bij de Minister van Justitie tegen de weigering om machtiging te verlenen of tegen het niet nemen van een beslissing door het college binnen vijftien dagen volgend op de aanvraag. Wanneer na verloop van dertig dagen de Minister over het beroep geen uitspraak heeft gedaan wordt de machtiging geacht stilzwijgend te zijn verleend.
In ziekenhuizen, klinieken, hospitalen en scholen, alsmede in lokaliteiten waar uitsluitend of hoofdzakelijk groeperingen van minderjarigen bijeenkomen, is het verboden een drankgelegenheid in te richten waar sterke dranken worden verstrekt, zelfs gratis. Dit verbod geldt niet voor occasionele drankgelegenheden.
De verkoop van mee te nemen sterke dranken is verbodne op het domein van een autoweg.'
De accijnswet bepaalt in artikel 16 wat onder sterke drank te verstaan valt:
'- Alle producten van de GN-codes 2207 en 2208 met een effectief alcoholvolume van meer dan 1.2%vol, ook wanneer deze producten bestanddeel zijn van een product uit een ander hoofdstuk van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenscahppen
- Producten van de GN-codes 2204, 2205 en 2206 met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 22% vol
- Gedistilleerde dranken die producten al dan niet in oplossing bevatten'
Sinds 10 januari 2010 regelt niet langer art. 13 van de wet van 28 december 1983 'betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank', maar het nieuwe artikel 6§6 van de wet van 24 januari 1977 wat toegelaten is aan verkoop, schenken en aanbieden van alcohol:
'Het is verboden om elke drank of product waarvan het effectief alcoholvolumegehalte hoger is dan 0.5%vol, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan min-zestienjarigen.
Van elke persoon, die dranken of andere producten op basis van alcohol wil kopen, mag worden gevraagd aan te tonen dat hij of zij ouder is dan zestien.
Het is verboden om sterke drank, zoals bepaald in art. 16 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan min-achttienjarigen.
Van elke persoon, die sterke drank wil kopen, mag worden gevraagd aan te tonen dat hij of zij ouder is dan achttien.'
|